Archief 745
Inventaris 745-421
Pagina 60
Dossier 106
Jaar 1944
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk rapport (proces-verbaal).

18 november 1944.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk rapport (proces-verbaal). 18 november 1944. Rapport

Ondergetekende, C. Veerman, ambtenaar bij het
Marktwezen rapporteert U het navolgende:
Op Zaterdag 18 nov. 1944 bevond ik mij in pakhuis
Hal 14, verhuurd aan den grossier P. van Vliet.
Er bevonden zich aldaar 20 zakken à 15 kg knolselderie
en 1 kist à 15 kg knolselderie. Van Vliet beweerde hiervan
niets te weten en wees als eigenaar aan zijn knecht, die
mij opgaf te zijn genaamd:
Jacob van Delft, geb 12/7 1901, wonende Koestraat 4 te
Rijnsburg, beroep tuindersknecht.
Van Delft kon mij geen geldige papieren van deze groente
toonen. Hij verklaarde mij: „Deze knolselderie heb ik zelf
geteeld en met schipper Noort naar de Centrale Markt
vervoerd. Het is mijn bedoeling deze knolselderie hier te
verkoopen. Ik ben personeel van den grossier P. van Vliet
en heb als zoodanig toegang tot de C.M. Van Vliet wist
hiervan niets af. Ik weet dat ik niet gerechtigd ben den
groothandel op de C.M. uit te oefenen.”
Ik heb de partij in beslag genomen en ter beschikking
gesteld van Hr. Broers.
De toegangskaart van v. Delft gaat hierbij.
Waarvan op ambtseed dit rapport te Amsterdam den
18 November 1944.

De ambtenaar voornoemd,

(getekend) C. Veerman

Den Heer Directeur
v/h Marktwezen Dit rapport beschrijft een handhavingsactie op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ambtenaar, C. Veerman, treft een aanzienlijke hoeveelheid knolselderie aan (totaal 315 kg) in het pakhuis van grossier Van Vliet. Wanneer de grossier ontkent van de partij te weten, bekent zijn knecht, Jacob van Delft, dat hij de groente zelf heeft geteeld en illegaal naar de markt heeft getransporteerd om deze daar te verkopen.

Omdat Van Delft geen papieren kan overleggen en geen vergunning heeft voor de groothandel, wordt de volledige partij in beslag genomen. Ook zijn toegangsbewijs voor de markt wordt ingenomen. De verklaring van Van Delft lijkt erop gericht zijn werkgever (Van Vliet) buiten schot te houden door alle schuld op zich te nemen. Het document dateert van 18 november 1944, midden in de Hongerwinter. In deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel in de grote steden van West-Nederland. De handel in levensmiddelen was strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om de schaarse goederen via het distributiestelsel te verspreiden.

Particuliere initiatieven om buiten de officiële kanalen om voedsel naar de stad te brengen en te verkopen werden beschouwd als zwarte handel of illegale economische activiteit. Dit rapport illustreert de strenge controle op de voedselstromen, zelfs voor relatief bescheiden hoeveelheden groente, in een tijd waarin de Amsterdamse bevolking kampte met acute hongersnood. Het feit dat een tuindersknecht uit Rijnsburg probeert eigen teelt direct te verkopen in Amsterdam, laat zien hoe individuen probeerden de distributieregels te omzeilen, hetzij voor eigen gewin, hetzij om de voedselvoorziening op eigen houtje aan te vullen.

Samenvatting

Dit rapport beschrijft een handhavingsactie op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ambtenaar, C. Veerman, treft een aanzienlijke hoeveelheid knolselderie aan (totaal 315 kg) in het pakhuis van grossier Van Vliet. Wanneer de grossier ontkent van de partij te weten, bekent zijn knecht, Jacob van Delft, dat hij de groente zelf heeft geteeld en illegaal naar de markt heeft getransporteerd om deze daar te verkopen.

Omdat Van Delft geen papieren kan overleggen en geen vergunning heeft voor de groothandel, wordt de volledige partij in beslag genomen. Ook zijn toegangsbewijs voor de markt wordt ingenomen. De verklaring van Van Delft lijkt erop gericht zijn werkgever (Van Vliet) buiten schot te houden door alle schuld op zich te nemen.

Historische Context

Het document dateert van 18 november 1944, midden in de Hongerwinter. In deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel in de grote steden van West-Nederland. De handel in levensmiddelen was strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om de schaarse goederen via het distributiestelsel te verspreiden.

Particuliere initiatieven om buiten de officiële kanalen om voedsel naar de stad te brengen en te verkopen werden beschouwd als zwarte handel of illegale economische activiteit. Dit rapport illustreert de strenge controle op de voedselstromen, zelfs voor relatief bescheiden hoeveelheden groente, in een tijd waarin de Amsterdamse bevolking kampte met acute hongersnood. Het feit dat een tuindersknecht uit Rijnsburg probeert eigen teelt direct te verkopen in Amsterdam, laat zien hoe individuen probeerden de distributieregels te omzeilen, hetzij voor eigen gewin, hetzij om de voedselvoorziening op eigen houtje aan te vullen.

Locaties

Amsterdam Centrale Markt (Pakhuis Hal 14).

Gerelateerde Documenten 6