Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 29 november 1944. De Directeur van de Contrôle aanvoer Centrale Markt (Amsterdam). HB.
2e/91/20 M.
1. 29 November 1944.
Contrôle aanvoer
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Op 18 November jl. heeft op de Centrale Markt een onderzoek plaatsgevonden naar de gedragingen van schipper Van Noort uit Rijnsburg. Op deze aangelegenheid hebben eveneens betrekking mijn rapporten d.d. 27 November jl. nos. 2e/91/9b, 10b, 11b en 12b.
Schipper Van Noort is door mij, in bijzijn van Mr. Koning, Inspecteur van de Prijsbeheersching te Amsterdam, gehoord en heeft het hem ten laste gelegde erkend. Naar aanleiding daarvan is het schip, waarop Van Noort aanvoerde, door genoemden Inspecteur inbeslaggenomen. Afschrift van dit verhoor doe ik U in bijlage dezes toekomen.
Terzake van deze feiten is proces-verbaal opgemaakt en heb ik ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, Van Noort gestraft met ontzegging van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Vrijdag 1 December tot en met Donderdag 14 December 1944.
Ik ben van meening, dat Van Noort voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Van Noort, in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontzegging van het recht van toegang voor onbepaalden tijd, zulks met ingang van Vrijdag 15 December 1944.
Ik merk op, dat, naar mij bekend, reeds eenige malen door den Centralen Contrôle-Dienst, Afdeeling Technische Contrôle, onderzoekingen naar herkomst en bestemming van ladingen van schipper Van Noort zijn ingesteld en dat daarbij betrokken personen, naar mij door den Centralen Contrôle-Dienst werd medegedeeld, door de bevoegde instanties zijn gestraft.
Het onderzoek naar eenige andere, vermoedelijk bij deze zaak betrokken personen, wordt nog voortgezet, in verband met geruchten, die mij omtrent genoemden schipper hadden bereikt.
De Directeur, Dit document is een formele kennisgeving en een verzoek tot zwaardere sanctionering. De directeur van de marktcontrole rapporteert dat schipper Van Noort uit Rijnsburg is betrapt op overtredingen (waarschijnlijk zwarte handel of prijsopdrijving, gezien de betrokkenheid van de Inspecteur van de Prijsbeheersing). Van Noort heeft bekend en zijn schip is in beslag genomen.
De directeur heeft de schipper reeds een tijdelijk marktverbod van 14 dagen opgelegd (de maximale straf die hij zelf kan opleggen volgens het reglement). Echter, omdat Van Noort een recidivist blijkt te zijn — hij is al vaker onderzocht door de Centrale Contrôle-Dienst — verzoekt de directeur de Wethouder om bij de Burgemeester aan te dringen op een verbod voor onbepaalde tijd. De brief hint ook op een breder netwerk van betrokkenen dat nog onderzocht wordt. De datum van dit document, 29 november 1944, is cruciaal. Nederland bevindt zich midden in de bezetting en voor Amsterdam is dit het begin van de Hongerwinter. De voedselvoorziening was uiterst precair en stond onder strikt toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter.
De "Centrale Markt" (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het vitale punt voor de distributie van voedsel in de stad. Overtredingen zoals die van schipper Van Noort — die waarschijnlijk goederen buiten het officiële distributiesysteem om probeerde te verhandelen (zwarte handel) — werden in deze periode van extreme schaarste zeer hoog opgenomen. De betrokkenheid van de "Prijsbeheersing" onderstreept dat de autoriteiten probeerden de prijzen en de distributie onder controle te houden om totale chaos en nog grotere hongersnood te voorkomen, alhoewel de zwarte handel voor velen de enige manier was om aan extra voedsel te komen.