Archief 745
Inventaris 745-425
Pagina 19
Dossier 10
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtsbrief / Kennisgeving van besluit.

8 maart 1944.

Origineel

Ambtsbrief / Kennisgeving van besluit. 8 maart 1944. [Linksboven]
№ 21/3/3
M. 1944 $\frac{10}{3}$
4792
x53/3x '44

[Rechtsboven, handgeschreven]
$\mathcal{P}$
ms. d.w. Markth.
$\mathscr{Th.\ Müller}$

[Rechtsboven, getypt]
8 Maart 1944.

[Centraal]
Restitutie van marktgeld.

Hierdoor deel ik U mede, dat ik besloten heb, U op gronden van billijkheid restitutie van marktgeld te verleenen tot een bedrag van f 68.-.

[Linksonder]
vM

[Ondertekening]
De Burgemeester van Amsterdam,
(get) Voûte

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. Y. FRANKEN

--- * Inhoud: Het document is een officiële mededeling van de gemeente Amsterdam aan een (niet bij naam genoemde) ontvanger. De gemeente heeft besloten een bedrag van 68 gulden aan marktgeld terug te betalen.
* Motivering: Er wordt verwezen naar "gronden van billijkheid". Dit impliceert dat er geen directe wettelijke verplichting was tot terugbetaling, maar dat de burgemeester het uit moreel oogpunt of redelijkheid passend vond om de restitutie toe te kennen.
* Bureaucratie: De brief is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris (in kopie/stempelvorm, aangegeven met 'get.' voor 'getekend'). Dit duidt op een standaard administratieve afhandeling van financiële besluiten.
* Annotaties: De handgeschreven teksten rechtsboven ("Markth." verwijzend naar de Markthallen en de naam "Th. Müller") wijzen op interne routering of de specifieke ambtenaar die de zaak heeft behandeld.

--- * Tijdsperiode: De datum (maart 1944) plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Bestuur onder Bezetting: Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hoewel hij als collaborateur wordt gezien, bleef het civiele apparaat van de stad gedurende de oorlog grotendeels functioneren voor alledaagse zaken zoals marktgelden en belastingen.
* Marktgeld: Dit was een belasting die marktkooplieden betaalden voor het recht om op een openbare markt te staan. Restitutie kon voorkomen als een markt door de oorlogsomstandigheden, luchtalarmen of nieuwe verordeningen niet kon doorgaan.
* Waarde: Het bedrag van 68 gulden was in 1944 een aanzienlijke som (vergelijkbaar met ongeveer 450-500 euro in huidige koopkracht), wat de noodzaak voor een officieel besluit van de burgemeester verklaart.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een officiële mededeling van de gemeente Amsterdam aan een (niet bij naam genoemde) ontvanger. De gemeente heeft besloten een bedrag van 68 gulden aan marktgeld terug te betalen.
  • Motivering: Er wordt verwezen naar "gronden van billijkheid". Dit impliceert dat er geen directe wettelijke verplichting was tot terugbetaling, maar dat de burgemeester het uit moreel oogpunt of redelijkheid passend vond om de restitutie toe te kennen.
  • Bureaucratie: De brief is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris (in kopie/stempelvorm, aangegeven met 'get.' voor 'getekend'). Dit duidt op een standaard administratieve afhandeling van financiële besluiten.
  • Annotaties: De handgeschreven teksten rechtsboven ("Markth." verwijzend naar de Markthallen en de naam "Th. Müller") wijzen op interne routering of de specifieke ambtenaar die de zaak heeft behandeld.

Historische Context

  • Tijdsperiode: De datum (maart 1944) plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Bestuur onder Bezetting: Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hoewel hij als collaborateur wordt gezien, bleef het civiele apparaat van de stad gedurende de oorlog grotendeels functioneren voor alledaagse zaken zoals marktgelden en belastingen.
  • Marktgeld: Dit was een belasting die marktkooplieden betaalden voor het recht om op een openbare markt te staan. Restitutie kon voorkomen als een markt door de oorlogsomstandigheden, luchtalarmen of nieuwe verordeningen niet kon doorgaan.
  • Waarde: Het bedrag van 68 gulden was in 1944 een aanzienlijke som (vergelijkbaar met ongeveer 450-500 euro in huidige koopkracht), wat de noodzaak voor een officieel besluit van de burgemeester verklaart.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6