Archief 745
Inventaris 745-425
Pagina 350
Dossier 25
Jaar 1944
Stadsarchief

Formele brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen).

13 november 1944. Van: D.M. Willemsen, Amstel 342, Amsterdam-C. Aan: De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Formele brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen). 13 november 1944. D.M. Willemsen, Amstel 342, Amsterdam-C. De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven stempel:] N^O 26/16/1
[Midden boven groot stempel:] M. 1944 v/n
[Rechtsboven handgeschreven:] Borgers typ. / 8. 16/11'44 / 101.

Aan den Inspecteur van het Marktwezen
Amsterdam den 13 Nov. 1944

Myne Heeren!

In verband met de bezwaren, welke geopperd worden by het vernieuwen van myn marktvergunning van het verleden jaar voor een vaste standplaats op het marktterrein van de Dapperstraat alhier, deel ik U hierdoor mede dat het bedrag, de somma van fl.2.40, welke toen betaald moest worden, door een vergissing niet werd voldaan. Ik was toen bereid om het bedrag aan den toemaligen marktmeester den heer Uitvlucht te betalen, maar deze accepteerde het niet, zyn weigering motieveerende, dat ik dit bedrag aan het kantoor van het marktwezen zelf moest voldoen, aangezien ik ermede te laat was en persoonlyk de redenen ervan uit moest leggen. Ik ben toen naar het kantoor toe geweest waar men, nadat ik de redenen den Inspecteur uit had gelegd, het goed bevond, dat ik dit bedrag betaalde. Ik verwittigde den Heer Uitvlucht ervan, maar deze antwoorde dat hem daarvan bekend was en dat ik nog maar een keer terug moest komen. Ik deed dit tweemaal maar kon den Heer Uitvlucht niet bereiken. Ik vond toen geen tyd meer, aangezien ik een zieke moest verplegen. In het begin van dit jaar kreeg ik een oproep van het Stadshuis, waar ik bovengenoemde bedrag betaalde. Vertrouwende dat hiermede de moeilykheden uit den weg geruimd zyn

verblyf ik inmiddels
hoogachtend

[Handtekening:] DMWillemsen

D.M. Willemsen
Amstel 342
A'dam-C

[Linksonder handgeschreven:]
opgeroepen
e.d.d.
Ab 9/12 44. De brief is een zakelijke correspondentie waarin een Amsterdamse markthandelaar (D.M. Willemsen) probeert een administratieve blokkade rondom zijn marktvergunning op te lossen. Het conflict draait om een klein bedrag van 2,40 gulden dat door een misverstand niet tijdig was voldaan aan de marktmeester, de heer Uitvlucht.

De schrijver voert een "kastje-naar-de-muur"-situatie aan als verdediging: de marktmeester verwees hem door naar het hoofdkantoor, en na goedkeuring aldaar was de marktmeester onbereikbaar voor de uiteindelijke afhandeling. De persoonlijke noot over het verplegen van een zieke dient als excuus voor het feit dat Willemsen de zaak daarna heeft laten rusten totdat er een officiële oproep van het Stadshuis kwam. De toon is beleefd en verontschuldigend, met als doel de vergunning voor de standplaats op de Dapperstraat veilig te stellen. Het document stamt uit november 1944, een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. Amsterdam bevond zich in de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog, die bekend zou komen te staan als de Hongerwinter.

Het is opmerkelijk dat, terwijl de stad leed onder extreme schaarste, razzia's en kou, het bureaucratische apparaat van de gemeente (het Marktwezen) ogenschijnlijk onverstoorbaar door bleef draaien. Er werd nauwgezet gecorrespondeerd over kleine bedragen en vergunningen voor marktplaatsen zoals de Dappermarkt. De opmerking over het "verplegen van een zieke" krijgt in deze context extra gewicht, gezien de wijdverspreide ziekte en verzwakking door honger in die maanden. De archiefstempels en de handgeschreven datum '9/12 44' tonen aan dat de brief bijna een maand later nog officieel werd afgehandeld. D.M. Willemsen Marktwezen

Samenvatting

De brief is een zakelijke correspondentie waarin een Amsterdamse markthandelaar (D.M. Willemsen) probeert een administratieve blokkade rondom zijn marktvergunning op te lossen. Het conflict draait om een klein bedrag van 2,40 gulden dat door een misverstand niet tijdig was voldaan aan de marktmeester, de heer Uitvlucht.

De schrijver voert een "kastje-naar-de-muur"-situatie aan als verdediging: de marktmeester verwees hem door naar het hoofdkantoor, en na goedkeuring aldaar was de marktmeester onbereikbaar voor de uiteindelijke afhandeling. De persoonlijke noot over het verplegen van een zieke dient als excuus voor het feit dat Willemsen de zaak daarna heeft laten rusten totdat er een officiële oproep van het Stadshuis kwam. De toon is beleefd en verontschuldigend, met als doel de vergunning voor de standplaats op de Dapperstraat veilig te stellen.

Historische Context

Het document stamt uit november 1944, een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. Amsterdam bevond zich in de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog, die bekend zou komen te staan als de Hongerwinter.

Het is opmerkelijk dat, terwijl de stad leed onder extreme schaarste, razzia's en kou, het bureaucratische apparaat van de gemeente (het Marktwezen) ogenschijnlijk onverstoorbaar door bleef draaien. Er werd nauwgezet gecorrespondeerd over kleine bedragen en vergunningen voor marktplaatsen zoals de Dappermarkt. De opmerking over het "verplegen van een zieke" krijgt in deze context extra gewicht, gezien de wijdverspreide ziekte en verzwakking door honger in die maanden. De archiefstempels en de handgeschreven datum '9/12 44' tonen aan dat de brief bijna een maand later nog officieel werd afgehandeld.

Genoemde Personen 1

Locaties

Dappermarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6