Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift H. Kroon, Commelinstraat 11 III, Amsterdam (Oost) Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (West) [Rechtsboven:] 98.
[Linksboven, paarse stempel:] Nº 26/15/1 M. 1944 [met handgeschreven toevoeging:] 23/11
[Adressering, rechtsboven:]
Aan den Heer
Directeur v.h. Marktwezen
Jan v Galenstraat 14
Amsterdam W
[Daaroverheen een paraaf, mogelijk "v.d. Burg"]
[Hoofdtekst:]
Ondergetekende
H. Kroon Commelinstraat 11 III Amsterdam Oost
verzoekt U beleefd hem in de Dapperstraat een stand-
plaats te willen toewijzen voor den verkoop van distributie-
vrije soep per kop, speciaal om als inwendig verwarmings-
middel en event. voedingsmiddel aan te bieden.
De soep zal bestaan uit vrije soepgroenten en water
en eenig volgens de distributiewet toegestane surrogaat
Hopende U op vorenstaan verzoek goedgunstig
zult willen en kunnen beschikken zal een spoedig ant-
woord hem ten zeerste verplichten.
Hoogachtend
H. Kroon
Commelinstraat 11 III
Adam Oost
[Marginale notities links, in potlood en inkt:]
Is Kroon marktheopman? [waarschijnlijk bedoeld: marktkoopman]
Zoo ja, deze m.i. geen
bezwaar.
[Paraaf] 27-11-44
[onleesbaar, mogelijk "de Haan"]
[Stempel midden onder:]
INGEKOMEN
23 NOV. 1944
Beantw. __
[Linksonder:]
Ongeropen één dezer dagen.
PB. 7/12. 44.
[Rechtsonder:]
Aan uitvoering geen
gevolg gegeven.
opbergen. [Paraaf] 5/3 '45. Dit document is een formeel verzoekschrift van een Amsterdamse burger, H. Kroon, gericht aan de Directeur van het Marktwezen. Kroon vraagt toestemming voor een standplaats in de Dapperstraat (de Dappermarkt) om soep per kop te verkopen.
De kernpunten van de aanvraag zijn:
1. Distributievrij: De soep zou verkocht worden zonder dat daarvoor distributiebonnen nodig waren. Dit was cruciaal in een tijd van extreme schaarste.
2. Ingrediënten: De soep zou bestaan uit "vrije soepgroenten", water en wettelijk toegestane surrogaten. Dit duidt op een zeer waterige substantie, aangezien echte voedingsmiddelen nauwelijks nog verkrijgbaar waren.
3. Doel: Het wordt expliciet omschreven als een "inwendig verwarmingsmiddel" en pas in tweede instantie als "voedingsmiddel".
Uit de ambtelijke kanttekeningen blijkt dat er intern overleg is geweest. Men controleerde of de aanvrager een bekende marktkoopman was; zo ja, dan was er "geen bezwaar" (27 november 1944). Op 7 december 1944 wordt genoteerd dat de aanvrager opgeroepen zal worden. Echter, de finale notitie van 5 maart 1945 meldt dat er aan het verzoek "geen gevolg" is gegeven en het dossier opgeborgen kan worden. Dit document is een schrijnend voorbeeld van de overlevingsstrategieën tijdens de Hongerwinter (1944-1945) in de bezette Nederlandse steden. In november 1944, wanneer de brief geschreven wordt, is de voedselsituatie in Amsterdam catastrofaal door de spoorwegstaking en de Duitse blokkades. Brandstof voor verwarming is nagenoeg afwezig, wat de nadruk van de aanvrager op "inwendig verwarmingsmiddel" verklaart.
De bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen bleef ondanks de crisis functioneren. De terminologie ("vrije groenten", "surrogaat", "distributiewet") weerspiegelt de strikt gereguleerde economie van de bezettingstijd. Het feit dat de aanvraag uiteindelijk (in maart 1945) niet is gehonoreerd, kan wijzen op het feit dat zelfs de "vrije groenten" niet meer te vinden waren, of dat de aanvrager zelf niet meer in staat was het initiatief uit te voeren. Het document illustreert de dunne lijn tussen legale handel en bittere noodzaak in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog.