Ambtelijk schrijven / Brief
Origineel
Ambtelijk schrijven / Brief 25 april 1944 A.W. Rijvoort (vermoedelijk marktmeester of opzichter) № 21/7/1 No. 1944 17/4 A/dam. 25 April '44
Aan den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen.
In verband met bijgaand schrijven van C. Bout,
deel ik U mede, dat bovengenoemde persoon,
zijn kolenvaartuigen in de Mauritskade loste.
Nu dat zijn pakhuis staande aan het Zeeburgerpad
afgebroken moest worden, op last van de Weermacht en
hij een nieuw terrein voor opslag gehuurd heeft,
aan de Cruquiuskade, geef ik U in overweging
(om geen Marktgeld verloren te laten gaan), het water
voor dat terrein, genaamd Nieuwe Vaart, als
hulpbrandstoffenmarkt te laten aanwijzen,
over een lengte van plm. 30 Meter.
A.W. Rijvoort [handtekening]
P.S.
Het is lastig om de plaats van de markt aan te geven,
daar ter plaatse geen nummering is. Het lijkt mij het
beste om te schrijven, het water ten westen van de
loods van Van Gend en Loos.
[Aantekening onderaan in ander handschrift:]
m. i. accoord.
acc 5/5-44
[Paraaf] Dit document betreft een intern ambtelijk voorstel van de dienst Marktwezen in Amsterdam tijdens de laatste fase van de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de gedwongen verhuizing van kolenhandelaar C. Bout. Omdat de Wehrmacht (het Duitse leger) opdracht had gegeven tot de sloop van zijn pakhuis aan het Zeeburgerpad, moest Bout uitwijken naar een nieuw terrein aan de Cruquiuskade.
De briefschrijver adviseert de Inspecteur om de nieuwe locatie officieel aan te wijzen als "hulpbrandstoffenmarkt". De motivatie hiervoor is opvallend pragmatisch: men wil voorkomen dat de gemeente inkomsten misloopt ("om geen Marktgeld verloren te laten gaan"). Door de kade officieel als marktplaats te bestempelen, behoudt de gemeente de juridische basis om liggelden of marktgelden te heffen.
In de postscriptum wordt de exacte lokalisering van de dertig meter lange strook water verduidelijkt door te verwijzen naar de nabijgelegen loods van het bekende transportbedrijf Van Gend & Loos, bij gebrek aan officiële huisnummering op dat deel van de kade. De datum, april 1944, plaatst dit document in een tijd van extreme schaarste en toenemende militaire druk. "Hulpbrandstoffen" (zoals hout, turf of inferieure kolen) waren van levensbelang voor de Amsterdamse bevolking die kampte met grote tekorten. De inmenging van de Wehrmacht in de stad (door het vorderen of laten slopen van gebouwen voor militaire doeleinden) was in deze periode dagelijkse realiteit.
Geografisch gezien speelt de correspondentie zich af in Amsterdam-Oost. De Nieuwe Vaart was een cruciale logistieke as waar scheepvaart, industrie en transport (zoals de loodsen van Van Gend & Loos) samenkwamen. De goedkeuring onderaan de brief ("m.i. accoord" - mijns inziens akkoord) gedateerd op 5 mei 1944, laat zien dat de gemeentelijke bureaucratie zelfs onder de abnormale omstandigheden van de oorlog de reguliere procedures voor het veiligstellen van belastinginkomsten nauwgezet bleef volgen.