Handgeschreven brief (verzoekschrift) met administratieve aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met administratieve aantekeningen. 22 februari 1944. A. de Bruijn, Bloedstraat 16-II, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
Nº 30/20/1 M. 1944 22/2
[Rechtsboven:]
848
22 Febr 1944 [onleesbaar krabbeltje, mogelijk "ing." voor ingekomen]
[Inhoud brief:]
Meneer zou u geen klein plaatsje op het
waterlooplein voor mijn hebben, aangezien dat
de nieuwmark weg is, want ik voor werk
afgekeurd wegens mijn slechte gezigt, ik heb
al eerder geschrijven, ik dacht dat de
nieuwmark vol was.
Hoogachting
A. de Bruijn
Bloedstraat 16 II
[Administratieve aantekeningen onderaan:]
Ongezien e.d.d.
1/3 44 J.
Niets van zich laten horen; leggen
C MB
[Paraaf/Handtekening]
opl
JHd * Kern van het verzoek: De afzender, A. de Bruijn, verzoekt om een standplaats op het Waterlooplein in Amsterdam. Hij motiveert dit door aan te geven dat hij vanwege een visuele beperking ("slechte gezigt") is afgekeurd voor regulier werk.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige stijl met enkele archaïsche of dialectische vormen, zoals "gezigt" (gezicht), "voor mijn" (voor mij) en "geschrijven" (geschreven).
* Opmerkelijk detail: De schrijver merkt op dat "de nieuwmark weg is". Dit is een directe verwijzing naar de ingrijpende veranderingen in de stad tijdens de bezetting.
* Afhandeling: Uit de krabbels onderaan blijkt dat het verzoek ambtelijk is behandeld op 1 maart 1944. De opmerking "Niets van zich laten horen; leggen" duidt erop dat het dossier is gesloten of gearchiveerd (opgelegd), waarschijnlijk omdat er geen verdere informatie van de aanvrager kwam of omdat het verzoek niet kon worden ingewilligd. Dit document stamt uit februari 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de locatie (Bloedstraat, Nieuwmarkt, Waterlooplein) is cruciaal. Deze buurt vormde het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
Tegen februari 1944 waren de meeste Joodse bewoners uit dit gebied gedeporteerd. De opmerking "dat de nieuwmark weg is" verwijst waarschijnlijk naar het feit dat de markt op de Nieuwmarkt (die voorheen een zeer levendig centrum van de buurt was) was opgeheven of door de deportaties en de oorlogsomstandigheden was doodgebloed. Veel bewoners in deze buurt leefden in grote armoede. Voor iemand die "afgekeurd" was voor zwaar werk (mogelijk ook om de Arbeitseinsatz in Duitsland te ontlopen), was een marktplaatsje een van de weinige manieren om in het levensonderhoud te voorzien tijdens de hongerwinter die naderde. A. de Bruijn J.