Archief 745
Inventaris 745-425
Pagina 55
Jaar 1944
Stadsarchief

Officieel rapport (waarschijnlijk van een marktmeester of inspecteur).

10 maart 1943 (met latere aantekeningen tot juni 1943).

Origineel

Officieel rapport (waarschijnlijk van een marktmeester of inspecteur). 10 maart 1943 (met latere aantekeningen tot juni 1943). [Links bovenin, doorgestreept:] ~~Inschrijv~~

Rapport No. 21/10/1 M. 1943 [met handgeschreven toevoeging:] 20/3 1892

1/ In de Spijkerhaven th IJ neemt J. Lischer plaats in met een brandstoffenschuit.
De Spijkerhaven is volgens opgaaf gemeente kadaster openbaar gemeentewater en geen brandstoffenmarkt.

2/ In het Buiksloterhamkanaal neemt J.A. Rappange plaats in met meerdere schuiten (brandstoffenschuiten).
Het Buiksloterhamkanaal is volgens opgaaf gemeente kadaster openbaar gemeentewater.
Ook dit kanaal is tot op heden geen brandstoffenmarkt.

Aan Den Heer
Inspecteur
Marktwezen.

Amsterdam,
10 Maart 1943
[Handtekening, mogelijk:] De Bruine

[Onderste helft van het document:]

[In rood gemarkeerd met een verticale streep:]
Ik geef U in overweging opgemelde kanalen door B. en W. te doen aanwijzen als brandstoffenmarkt.

3-5-'43
de Boer.

[Linksonder geschreven:]
Wachten op nader rapport.
2-6-'43
de Boer.

[In rode inkt in het midden:]
Insp. bespr 6-5-'43
a

[In rode inkt onderaan:]
Is er al dan niet plaats aan brandstoffenmarkt? Dit rapport documenteert een administratieve onregelmatigheid in het Amsterdamse havenbeheer tijdens de oorlogsjaren. Twee schippers, J. Lischer en J.A. Rappange, hebben hun brandstoffenschuiten afgemeerd in respectievelijk de Spijkerhaven en het Buiksloterhamkanaal. Hoewel dit openbaar gemeentewater is, zijn deze locaties volgens het kadaster niet officieel bestempeld als 'brandstoffenmarkt'.

De auteur van het rapport kaart dit aan bij de Inspecteur van het Marktwezen. Een latere aantekening van ene 'de Boer' (gedateerd 3 mei 1943) stelt voor om deze situatie te formaliseren door de locaties via een besluit van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) officieel als brandstoffenmarkt aan te wijzen. De rode aantekeningen onderaan wijzen op een lopende discussie over de feitelijke capaciteit en wenselijkheid van dergelijke markten op die plekken. Het document dateert uit het voorjaar van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was brandstof (zoals kolen, hout en turf) schaars en strikt gerantsoeneerd. De distributie hiervan was van cruciaal belang voor de stad.

De ambtenarij van de gemeente Amsterdam bleef tijdens de bezetting grotendeels functioneren en hield zich bezig met de handhaving van regels rondom ligplaatsen en marktrechten. Het aanwijzen van specifieke brandstoffenmarkten was een manier om controle te houden op de handel en distributie van deze schaarse goederen en om de orde in de haven te bewaren. De namen Lischer en Rappange zijn bekende namen in de Amsterdamse scheepvaart- en brandstofhistorie uit die tijd.

Samenvatting

Dit rapport documenteert een administratieve onregelmatigheid in het Amsterdamse havenbeheer tijdens de oorlogsjaren. Twee schippers, J. Lischer en J.A. Rappange, hebben hun brandstoffenschuiten afgemeerd in respectievelijk de Spijkerhaven en het Buiksloterhamkanaal. Hoewel dit openbaar gemeentewater is, zijn deze locaties volgens het kadaster niet officieel bestempeld als 'brandstoffenmarkt'.

De auteur van het rapport kaart dit aan bij de Inspecteur van het Marktwezen. Een latere aantekening van ene 'de Boer' (gedateerd 3 mei 1943) stelt voor om deze situatie te formaliseren door de locaties via een besluit van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) officieel als brandstoffenmarkt aan te wijzen. De rode aantekeningen onderaan wijzen op een lopende discussie over de feitelijke capaciteit en wenselijkheid van dergelijke markten op die plekken.

Historische Context

Het document dateert uit het voorjaar van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was brandstof (zoals kolen, hout en turf) schaars en strikt gerantsoeneerd. De distributie hiervan was van cruciaal belang voor de stad.

De ambtenarij van de gemeente Amsterdam bleef tijdens de bezetting grotendeels functioneren en hield zich bezig met de handhaving van regels rondom ligplaatsen en marktrechten. Het aanwijzen van specifieke brandstoffenmarkten was een manier om controle te houden op de handel en distributie van deze schaarse goederen en om de orde in de haven te bewaren. De namen Lischer en Rappange zijn bekende namen in de Amsterdamse scheepvaart- en brandstofhistorie uit die tijd.

Locaties

Amsterdam (Spijkerhaven en Buiksloterhamkanaal).

Gerelateerde Documenten 6