Ambtelijke correspondentie / interne memo.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / interne memo. 7 juni 1943. T. Molenkamp (waarschijnlijk een opzichter of ambtenaar bij het Marktwezen). Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen.
Den heren J. Lische en J.A. Koppange
is door mij aangezegd, dat zij ingaande
de 24ste week voor schuiten met
brandstoffen die zij bij hun opslag-
plaats aanvoeren moeten betalen,
waar zij dan ook in hebben toegestemd.
Aan de brandstoffenmarkt is
tevens ook nog voldoende plaats
over.
Amsterdam 7 Juni 1943
T. Molenkamp. * Inhoud: De nota informeert de Inspecteur over een gemaakte afspraak met twee handelaren (Lische en Koppange). Zij zijn ervan op de hoogte gesteld dat zij vanaf week 24 (half juni 1943) liggeld of marktgeld moeten betalen voor hun brandstofschuiten bij hun opslaglocatie. De handelaren hebben hiermee ingestemd.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in zakelijk, ambtelijk Nederlands ("is door mij aangezegd", "in hebben toegestemd").
* Handschrift: Een vlot, geoefend midden-20e-eeuws cursief schrift. Let op het gebruik van de superscript "ste" bij "24ste". Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was brandstof (zoals steenkool, turf en hout) uiterst schaars en strikt gerantsoeneerd. De distributie hiervan verliep via centrale punten zoals de brandstoffenmarkt onder toezicht van het gemeentelijk Marktwezen.
De "24ste week" van 1943 viel in de periode van 14 tot 20 juni. Het feit dat de ambtenaar expliciet meldt dat er "nog voldoende plaats over" is op de markt, duidt op de noodzaak om de beperkte ruimte en middelen in de Amsterdamse havens en markten in die tijd nauwkeurig te beheren. De vermelding van betaling voor schuiten wijst op het handhaven van marktreglementen en het innen van gelden, wat ook in oorlogstijd een continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie laat zien. J. Lische J.A. Koppange T. Molenkamp Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De nota informeert de Inspecteur over een gemaakte afspraak met twee handelaren (Lische en Koppange). Zij zijn ervan op de hoogte gesteld dat zij vanaf week 24 (half juni 1943) liggeld of marktgeld moeten betalen voor hun brandstofschuiten bij hun opslaglocatie. De handelaren hebben hiermee ingestemd.
- Taalgebruik: Het document is opgesteld in zakelijk, ambtelijk Nederlands ("is door mij aangezegd", "in hebben toegestemd").
- Handschrift: Een vlot, geoefend midden-20e-eeuws cursief schrift. Let op het gebruik van de superscript "ste" bij "24ste".
Historische Context
Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was brandstof (zoals steenkool, turf en hout) uiterst schaars en strikt gerantsoeneerd. De distributie hiervan verliep via centrale punten zoals de brandstoffenmarkt onder toezicht van het gemeentelijk Marktwezen.
De "24ste week" van 1943 viel in de periode van 14 tot 20 juni. Het feit dat de ambtenaar expliciet meldt dat er "nog voldoende plaats over" is op de markt, duidt op de noodzaak om de beperkte ruimte en middelen in de Amsterdamse havens en markten in die tijd nauwkeurig te beheren. De vermelding van betaling voor schuiten wijst op het handhaven van marktreglementen en het innen van gelden, wat ook in oorlogstijd een continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie laat zien.