Ambtsbrief (doorslag/minuut) betreffende een verzoek tot restitutie van marktgeld.
Origineel
Ambtsbrief (doorslag/minuut) betreffende een verzoek tot restitutie van marktgeld. 2 juni 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (aangeduid als 'Alhier'). [Linksboven, getypt]
21/11/2M. SV.
[Rechtsboven, getypt]
2 Juni 1944.
[Linksboven, getypt en onderstreept]
Restitutie brandstoffen-
marktgeld ten name van
J. Kolenberg.
[Rechtsmidden, getypt]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
[Hoofdtekst]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.Kolenberg, wonende 1e J.v.d. Heydenstraat 46 II, alhier, die voor het kalenderjaar 1944 met een vaartuig groot 50 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, met ingang van 19 Mei 1944 dit vaartuig heeft verkocht. Kolenberg voornoemd, wiens vaartuig op 19 Mei 1944 van de markt is vertrokken, verzoekt hem restitutie van marktgeld te verleenen.
Van het terzake verschuldigde marktgeld ad f. 50.- zijn 2 termijnen à f. 12,50 = f. 25.- voldaan. Indien Kolenberg zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij tot 19 Mei 1944 verschuldigd zijn geweest: 4 x 50 x 10 ct = f. 20.-- + 3 x 50 x 2 ½ ct. = f. 3,75 is tezamen: f. 23,75 zoodat aan Kolenberg voornoemd restitutie ware te verleenen tot een bedrag van f. 25.-- - f. 23,75 = f. 1,25 en ontheffing van het betalen van marktgeld tot een bedrag van f. 25.- voor de nog niet verschenen termijnen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit van den Burgemeester, krachtens de bepalingen van artikelen 36 en 10 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan Kolenberg voornoemd restitutie en ontheffing van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van respectievelijk f. 1,25 en f. 25.-
De Directeur,
[Plaats voor handtekening/stempel]
[Handgeschreven aantekeningen (top/links)]
* Bovenaan: Verzonden 2/6 [Onleesbaar, mogelijk 'Hummel']
* Linkermarge: Taksbericht no 270 / - 46 / [Vinkjes] 6/7 '44 / ontheffing / f 50 - f 25 = f 25 - / [Verschillende berekeningen met tonnage 46 en bedragen die uitkomen op f 28.75 en f 17.25] * Onderwerp: Het document is een formeel advies van een gemeentelijke directeur aan de wethouder om een brandstoffenhandelaar (Kolenberg) gedeeltelijk geld terug te geven en vrij te stellen van toekomstige betalingen.
* Aanleiding: Kolenberg heeft zijn schip van 50 ton verkocht op 19 mei 1944 en heeft daardoor zijn ligplaats op de brandstoffenmarkt opgezegd. Omdat hij voor het hele jaar was aangeslagen en al twee termijnen had betaald, heeft hij recht op een verrekening.
* Berekeningswijze: De directeur hanteert een "pro-rata" berekening. In plaats van het jaartarief rekent hij uit wat Kolenberg tot 19 mei kwijt zou zijn geweest op basis van het maandtarief (10 cent per ton per maand) en weektarief (2,5 cent per ton per week).
* Juridisch kader: Het verzoek stoelt op "gronden van billijkheid" en specifieke artikelen uit de vigerende verordening op marktgelden. De uiteindelijke beslissing ligt bij de burgemeester.
* Administratieve sporen: De handgeschreven berekeningen in de kantlijn (gedateerd 6 juli 1944) suggereren een nacontrole of een correctie. Hier lijkt men plotseling te rekenen met 46 ton in plaats van 50 ton, wat wijst op een mogelijke administratieve onjuistheid in de oorspronkelijke brief. Dit document stamt uit juni 1944, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de schaarste aan brandstoffen, bleef de gemeentelijke bureaucratie in steden als Amsterdam (gezien het adres in de Pijp) nauwgezet functioneren. Brandstoffenmarkten waren essentieel voor de distributie van kolen en turf aan de bevolking. Vaartuigen dienden als drijvende opslag en verkooppunten. Het feit dat er nog een wethouder en burgemeester worden genoemd, past in de toenmalige bestuursstructuur waarbij de democratische controle was vervangen door een hiërarchisch systeem onder Duits toezicht, maar waarbij civiele zaken zoals marktgelden volgens de bestaande regels werden afgehandeld. De genoemde datum, 2 juni 1944, is slechts enkele dagen voor de geallieerde invasie in Normandië (D-Day).