Archief 745
Inventaris 745-426
Pagina 13
Jaar 1944
Stadsarchief

Dienstbrief / Inlichtingenrapport

12 september 1944 Van: De Kapitein der Staatspolitie, namens de Waarnemend Politiepresident (W.J.F. v.d. Meer) Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

Dienstbrief / Inlichtingenrapport 12 september 1944 De Kapitein der Staatspolitie, namens de Waarnemend Politiepresident (W.J.F. v.d. Meer) De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam Staatspolitie te Amsterdam Amsterdam, 12 September 194 4.
Bestuursdienst
Bureau Algemeene Dienstzaken Verzoeke bij beantwoording datum, letter en
No Lr.G. 6363. nummer van dit schrijven aan te halen.
Dict. Ga/E.
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
te
A M S T E R D A M

Onderwerp: inlichtingen marktkooplieden.
Bijlagen:
Antwoord op brief No. 30/36/2M, d.d. 27 Juli 1944.
Vertrouwelijk

  In antwoord op den brief No. 30/36/2M, d.d.

27 Juli 1944, houdende verzoek om inlichtingen
omtrent een persoon, die in aanmerking wenscht
te komen voor een plaats op een der markten,
heb ik de eer U te berichten, dat in mijn admini-
stratie over de laatste 5 jaren omtrent den
na te noemen persoon het onder zijn naam ver-
melde staat genoteerd:
Gerardus Johannes Simon FLEMMINKS, geboren
te Amsterdam, 2 Maart 1910:
d.d. 25 November 1942 proces-verbaal terzake
diefstal c.q. heling (geseponeerd, geen bewijs).
Voor zoover betrokkene een standplaats op
één der markten mocht worden toegewezen voor
den handel in 2e handsch artikelen e.d., waarbij
tevens goederen worden "opgekocht", ware be-
trokkene te doen mededeelen, dat hij het hier-
voor vereischte opkoopersregister dient aan te
vragen aan het Hoofdbureau van Politie, Elands-
gracht, alhier.

Coll.: DE WND.POLITIEPRESIDENT,
[paraaf] namens dezen
DE KAPITEIN DER STAATSPOLITIE
[handtekening]
W. J. F. v. d. Meer

No 30/36/3 M. 1944 15/9
M 72 - 4000-4-44 K 9665 Deze brief betreft een antecedentenonderzoek uitgevoerd door de Staatspolitie op verzoek van de Dienst van het Marktwezen. De centrale figuur is Gerardus Johannes Simon Flemminks, die een standplaats op een Amsterdamse markt ambieert.

De politie rapporteert één incident uit de voorgaande vijf jaar: een proces-verbaal uit 1942 voor diefstal of heling. Cruciaal is de toevoeging dat de zaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Desondanks wordt dit feit vermeld in het kader van de "vertrouwelijke" informatievoorziening. Verder wordt geadviseerd dat indien Flemminks in tweedehands goederen gaat handelen, hij zich moet houden aan de administratieve plicht van een "opkoopersregister", aan te vragen bij het hoofdbureau aan de Elandsgracht. Dit register diende om de handel in gestolen goederen tegen te gaan. Het document dateert van 12 september 1944, een zeer turbulente periode in de Nederlandse geschiedenis. Slechts een week eerder vond "Dolle Dinsdag" plaats, de dag waarop men dacht dat de bevrijding nabij was. Amsterdam bevond zich echter nog onder stevige Duitse bezetting.

1. De Staatspolitie: Tijdens de bezetting was de Nederlandse politie gereorganiseerd naar Duits model tot de "Staatspolitie". Dit korps stond onder direct toezicht van de SS- en politieleiding.
2. Economische schaarste: In 1944 was er een nijpend tekort aan alles. De handel in tweedehands goederen was essentieel voor de bevolking om te overleven, maar vormde ook een risico voor illegale handel en zwarte markt. De strikte controle op marktkooplieden en het eisen van opkopersregisters was een middel voor de autoriteiten om grip te houden op de schaarse goederenstroom.
3. Bureaucratie in oorlogstijd: Ondanks de naderende frontlinie en de chaos van de laatste oorlogsmaanden, bleef het bureaucratische apparaat van de gemeente Amsterdam en de politie tot in detail functioneren, zoals blijkt uit deze routineuze afhandeling van een marktaanvraag.

Samenvatting

Deze brief betreft een antecedentenonderzoek uitgevoerd door de Staatspolitie op verzoek van de Dienst van het Marktwezen. De centrale figuur is Gerardus Johannes Simon Flemminks, die een standplaats op een Amsterdamse markt ambieert.

De politie rapporteert één incident uit de voorgaande vijf jaar: een proces-verbaal uit 1942 voor diefstal of heling. Cruciaal is de toevoeging dat de zaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Desondanks wordt dit feit vermeld in het kader van de "vertrouwelijke" informatievoorziening. Verder wordt geadviseerd dat indien Flemminks in tweedehands goederen gaat handelen, hij zich moet houden aan de administratieve plicht van een "opkoopersregister", aan te vragen bij het hoofdbureau aan de Elandsgracht. Dit register diende om de handel in gestolen goederen tegen te gaan.

Historische Context

Het document dateert van 12 september 1944, een zeer turbulente periode in de Nederlandse geschiedenis. Slechts een week eerder vond "Dolle Dinsdag" plaats, de dag waarop men dacht dat de bevrijding nabij was. Amsterdam bevond zich echter nog onder stevige Duitse bezetting.

1. De Staatspolitie: Tijdens de bezetting was de Nederlandse politie gereorganiseerd naar Duits model tot de "Staatspolitie". Dit korps stond onder direct toezicht van de SS- en politieleiding.
2. Economische schaarste: In 1944 was er een nijpend tekort aan alles. De handel in tweedehands goederen was essentieel voor de bevolking om te overleven, maar vormde ook een risico voor illegale handel en zwarte markt. De strikte controle op marktkooplieden en het eisen van opkopersregisters was een middel voor de autoriteiten om grip te houden op de schaarse goederenstroom.
3. Bureaucratie in oorlogstijd: Ondanks de naderende frontlinie en de chaos van de laatste oorlogsmaanden, bleef het bureaucratische apparaat van de gemeente Amsterdam en de politie tot in detail functioneren, zoals blijkt uit deze routineuze afhandeling van een marktaanvraag.

Ambtenaren

F. v. d. Meer

Gerelateerde Documenten 6