Archiefdocument
Origineel
27 maart 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een aanverwante gemeentelijke instantie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (gezien de aanduiding "Alhier" en de referentie naar de Centrale Markt). [Handgeschreven:] Verzonden 27/3 HMuller
37/2/5M. 1 27 Maart 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
=============
In bijlage dezes heb ik de
eer U te doen geworden een contract
betreffende de pakhuisafdeeling no.14
van pier A op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken
wel te willen bevorderen, dat dit con-
tract door den heer Burgemeester wordt
geteekend. Daarna gelieve U het mij te
doen terugzenden, teneinde voor registra-
tie te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke geleidebrief. De toon is uiterst beleefd en archaïsch ("heb ik de eer U te doen geworden", "ik moge U beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de correspondentie tussen overheidsorganen in die tijd. Het doel van de brief is de logistieke afhandeling van een contract voor pakhuisruimte op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). De Directeur verzoekt de Wethouder om tussenkomst bij de Burgemeester voor de ondertekening, waarna het document geretourneerd moet worden voor de officiële registratie. De brief is geschreven in maart 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze fase van de oorlog was de voedselvoorziening in de steden een kritieke en streng gereguleerde aangelegenheid. De Centrale Markt fungeerde als de belangrijkste draaischijf voor de voedseldistributie. Dat een wethouder en burgemeester persoonlijk betrokken waren bij contracten voor individuele pakhuisruimtes (pier A, no. 14), illustreert de strikte controle op de infrastructuur voor levensmiddelen. In 1944 was Edward Voûte, aangesteld door de bezetter, de burgemeester van Amsterdam. De bureaucratische processen bleven ondanks de oorlogssituatie nauwgezet doorlopen. Marktwezen