Ambtelijke brief / Rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief / Rapportage. 10 juli 1944. [Briefhoofd]
BS/WB
Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken
Nieuwe Kerkstraat 126 (Centrum)
No. 9021/58819
Lett. I.M.
Amsterdam, 10 Juli 1944.
[Adresstempel/Typschrift]
Aan den heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam-W.
[Stempels in de marge]
Nº 30/37/7
M. 1944 20/7
In antwoord op Uw schrijven d.d. 1 Juli 1944 no. 30/37/6M betreffende A.W. Weitz, geb. 1 Juni 1881, wonende Peperstraat 2 hs. alhier, deel ik U het volgende mede.
Betrokkene, een zonderling type, heeft vele jaren in Duitschland gewerkt en is daar op 28 Juli 1920 gehuwd met Anna Wilhelmina Beckers, geb. 3 Augustus 1895. Hij keerde naar Nederland terug in 1922 en werd hier in datzelfde jaar wegens smokkelen tot een maand gevangenisstraf veroordeeld. Sedert 1925 scharrelde hij in ouden rommel op de Noordermarkt en op de markt van de Lindengracht. Verder heeft hij van 22 April tot 13 Juni 1940 in de Werkverruiming "Merwedekanaal" gewerkt. Hij bleek hiervoor ongeschikt te zijn en werd afgekeurd. Van dien tijd af tot eind Augustus 1942 heeft hij vrijwel onafgebroken steun van mijn Bureau genoten.
Betrokkene is niet als geheel normaal te beschouwen. Hij schreef b.v. voortdurend dreigbrieven of verdachtmakingen, en uittte op verschillende wijzen zijn verontwaardiging over vermeende onjuiste behandelingen of te lage steunuitkeeringen. Bovendien maakte hij het de ambtenaren meermalen lastig. Op 31 Augustus 1942 werd de ondersteuning in geld beëindigd en werd aan betrokkene plaatsing in "Hulp voor Onbehuisden" aangeboden.
Model 409 - Stadsdrukkerij Amsterdam 9684-4-44-10.000 * Toon en taalgebruik: Het document hanteert een voor die tijd typerende, moraliserende en subjectieve ambtelijke toon. Termen als "zonderling type" en "niet als geheel normaal te beschouwen" wijzen op een psychiatrisering van sociaal onaangepast gedrag.
* Inhoud: De brief dient als een negatief advies of antecedentenonderzoek, waarschijnlijk naar aanleiding van een vergunningsaanvraag bij het Marktwezen. De focus ligt op de onbetrouwbaarheid van de persoon (smokkelverleden), zijn ongeschiktheid voor regulier werk (werkverruiming) en zijn conflictueuze relatie met de sociale dienst.
* Status: De steun aan Weitz is in 1942 stopgezet, waarna hij is doorverwezen naar de maatschappelijke opvang (HVO). Het feit dat hij in 1944 nog op de Peperstraat woont, suggereert dat hij niet permanent in een inrichting is gebleven.
* Opvallend: In de tekst staat "uittte" met drie t's geschreven (een typefout in het origineel). * Oorlogstijd: De brief is gedateerd juli 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een interne gemeentelijke correspondentie betreft, is de context van schaarste en strikte controle van belang.
* Locatie: De Peperstraat lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. Hoewel de naam Weitz zowel Joods als niet-Joods kan zijn, was de buurt in 1944 grotendeels ontruimd. Dit document geeft een inkijkje in de levens van de achterblijvers of mensen in de marge van de samenleving.
* Sociaal beleid: De "Werkverruiming Merwedekanaal" was een zwaar werkverschaffingsproject. Het feit dat Weitz hier "ongeschikt" voor werd bevonden, was vaak een reden voor de sociale dienst om iemand als "asociaal" of "moeilijk opvoedbaar" te labelen.
* Marktwezen: De bemoeienis van de Directeur van het Marktwezen wijst erop dat Weitz mogelijk probeerde zijn oude handel in "ouden rommel" (antiek/curiosa) weer op te pakken via een officiële marktplaats.