Getypte doorslag van een open brief of manifest ("AFSCHRIFT").
Origineel
Getypte doorslag van een open brief of manifest ("AFSCHRIFT"). Niet expliciet vermeld in de tekst zelf, maar gebaseerd op de context (Burgemeester De Vlugt) te dateren tussen 1921 en 1935. A F S C H R I F T .
Geachte Burgers,
Een kleine uiteenzetting omtrent het Invalidewetje hier in Nederland. Amsterdam: daar het verboden is te bedelen, zooals de couranten schrijven, arbeid kan men niet krijgen, een onderhoud omtrent werk acht de Directeur v.d. Arbeidsbeurs niet noodig, daar ik ondergeteekende ten alle tijden kan aantoonen dat hier in Amsterdam werk genoeg is, maar dat willen zij niet.
Een onderhoud heb ik genoten bij Hare Majesteit de Koningin, met Burgemeester De Vlugt, Wethouders enz., maar nog niet eens antwoord, laat staan resultaat.
Als de werkeloozen rijp zijn voor T.B.C. en voor de gevangenis dan genieten zij de hongerdood, namelijk, steun van het Burgelijk Armbestuur.
Excuus moet men aan genoemd lichaam aanbieden voor de beestachtige behandeling, of liever gezegd moorddadige wijze, die zich indertijd heeft afgespeeld op de Munt en in de Reguliersdwarsstraat met mijnen Vrouw door de Sterke Arm, dat zal ik herroepen.
Een veroordeeling voor minstens 2 jaar gevangenisstraf.
Nog iets omtrent de bevordering der Maatschappij kan ik U mededeelen van de Gezondheids-Commissie, Bouw- en Woningdienst en de Politie, daar ben ik alle uren van den dag voor te spreken.
Dus arbeiders streeft voor productiefen arbeid, maar geen aalmoes, weg met de philantropie.
Waar blijven de belastingpenningen Burgers?
A.W.Weitz. Dit document is een vlammend protest van ene A.W. Weitz tegen de sociale omstandigheden en het overheidsbeleid in Amsterdam. De tekst is doorspekt met verontwaardiging en een gevoel van onrecht.
Belangrijke elementen:
* Kritiek op de arbeidsmarkt: Weitz stelt dat er wel werk is, maar dat de Arbeidsbeurs weigert mee te werken. Hij bekritiseert de paradox dat bedelen verboden is, maar werk onbereikbaar.
* Machteloosheid: De auteur claimt gesproken te hebben met de hoogste autoriteiten (de Koningin, Burgemeester Willem de Vlugt), maar ervaart een totaal gebrek aan gehoor of actie.
* Scherpe retoriek: De bewoordingen zijn fel: "rijp voor T.B.C.", "hongerdood", "beestachtige behandeling" en "moorddadige wijze". De vergelijking tussen steun van het Burgerlijk Armbestuur en de hongerdood is bijzonder cynisch.
* Incident met de politie: Er wordt verwezen naar een specifiek incident met "de Sterke Arm" (de politie) bij de Munt en de Reguliersdwarsstraat waarbij hij en zijn vrouw betrokken waren. Hij lijkt te zinspelen op politiegeweld.
* Ideologische oproep: De tekst eindigt met een bijna revolutionaire oproep aan arbeiders om te strijden voor "productiefen arbeid" in plaats van "aalmoes" of "philantropie". De vraag "Waar blijven de belastingpenningen Burgers?" suggereert corruptie of wanbeheer van publieke middelen. Dit afschrift dateert waarschijnlijk uit de jaren '20 of begin jaren '30 van de 20e eeuw. Willem de Vlugt was burgemeester van Amsterdam van 1921 tot 1935, een periode gekenmerkt door grote sociale onrust en de economische crisis van de jaren '30.
- Invalidewetje: De auteur verwijst naar de Invaliditeits- en Ouderdomswet van 1913 (vaak "wetje" genoemd door critici die de uitkeringen te laag vonden). Deze wet was bedoeld om arbeiders te verzekeren tegen de gevolgen van invaliditeit en ouderdom, maar de uitvoering leidde tot veel klachten over bureaucratie en ontoereikende bedragen.
- Arbeidsbeurs en Armbestuur: Vóór de invoering van een landelijk stelsel van sociale zekerheid waren werklozen aangewezen op de gemeentelijke Arbeidsbeurs voor werk en het Burgerlijk Armbestuur voor minimale ondersteuning. De "steun" was vaak vernederend en nauwelijks genoeg om van te overleven.
- T.B.C.: Tuberculose was in die tijd een volksziekte die vooral de armere klassen trof door slechte woonomstandigheden en ondervoeding.
- A.W. Weitz: Hoewel de specifieke identiteit van Weitz nader onderzoek behoeft, past zijn schrijven in een traditie van individuele protestbrieven van sociaal bewogen of wanhopige burgers die zich rechtstreeks tot de machthebbers wendden. Het feit dat dit een "Afschrift" is, suggereert dat het pamfletachtig is verspreid om publieke opinie te beïnvloeden. A.W. Weitz Politie