Archief 745
Inventaris 745-426
Pagina 46
Dossier 29
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

8 augustus 1944 Van: D.C. Ketting, Markenplein 1-I, Amsterdam. Aan: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen).

Origineel

8 augustus 1944 D.C. Ketting, Markenplein 1-I, Amsterdam. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). [Stempels linksboven:]
№ 30/44/1
M. 1944

[Rechtsboven:]
256

Amsterdam 8 Aug 44

Wel Edelen Heer
Dierecteur

Met deze wou ik u beleefd vragen of
dat ik weer in de permentatie zou kun-
nen komen voor een Mark vergunning
daar mijn oude is ingetrokken om redenen
als dat ik niet geweest ben en verzuuind
om kennis te geven aan de Markmeester
daar dit mijn enigste bron van inkomen
is om dat ik voor alle werkzaamheden
afgekeurd ben hopende als dat u het
zo spoedig mogelijk weer in orde maakt

Verblijf ik in afwachting op dit
schrijven
Uw D W D

D C Ketting
Markenplein 1 I

[Ambtelijke aantekeningen onderaan:]
Oude schuld geïnd.
Ingeschreven op rol lijst Waterlooplein
en vaste plaats uitgereikt per 1-9-1944.
Ombergen [paraaf] 17/8

[In groot potloodschrift:]
oproepen

[Diverse initialen en data, o.a. 14/8] De brief is een verzoekschrift van D.C. Ketting aan de directeur van het marktwezen. De schrijver verzoekt om herstel van zijn marktvergunning. Deze was ingetrokken omdat hij zonder afmelding ("verzuuind om kennis te geven") afwezig was geweest op de markt.

De tekst bevat diverse taalfouten (zoals "permentatie" in plaats van administratie of presentatie, en "enigste" in plaats van enige), wat duidt op een afzender uit de volksklasse met beperkte scholing. De toon is echter zeer formeel en nederig ("Wel Edelen Heer", "Uw D W D" voor Dienstwillige Dienaar).

Ketting voert een dwingende reden aan voor zijn verzoek: hij is "afgekeurd" voor alle andere werkzaamheden. In de context van 1944 betekende dit waarschijnlijk een medische ongeschiktheid, wat hem vrijstelde van de Arbeitseinsatz in Duitsland, maar hem ook volledig afhankelijk maakte van zijn inkomsten als marktkoopman. Uit de ambtelijke krabbels blijkt dat zijn verzoek is ingewilligd: nadat een oude schuld was voldaan, kreeg hij per 1 september 1944 weer een vaste plek op het Waterlooplein. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven in Amsterdam tijdens de laatste fase van de Duitse bezetting (augustus 1944). Hoewel de geallieerde invasie in Normandië al had plaatsgevonden en de spanning in de stad toenam, draaide de gemeentelijke bureaucratie nog op volle toeren.

Het Markenplein en het Waterlooplein vormden van oudsher het centrum van de Joodse buurt en de Amsterdamse markthandel. In 1944 was de Joodse bevolking grotendeels gedeporteerd, maar de marktactiviteiten op het Waterlooplein gingen onder streng toezicht door. Voor een burger die niet in staat was tot zware arbeid, was een officiële marktvergunning in deze periode van toenemende schaarste en naderende honger van cruciaal belang voor de fysieke overleving. D.C. Ketting Marktwezen

Samenvatting

De brief is een verzoekschrift van D.C. Ketting aan de directeur van het marktwezen. De schrijver verzoekt om herstel van zijn marktvergunning. Deze was ingetrokken omdat hij zonder afmelding ("verzuuind om kennis te geven") afwezig was geweest op de markt.

De tekst bevat diverse taalfouten (zoals "permentatie" in plaats van administratie of presentatie, en "enigste" in plaats van enige), wat duidt op een afzender uit de volksklasse met beperkte scholing. De toon is echter zeer formeel en nederig ("Wel Edelen Heer", "Uw D W D" voor Dienstwillige Dienaar).

Ketting voert een dwingende reden aan voor zijn verzoek: hij is "afgekeurd" voor alle andere werkzaamheden. In de context van 1944 betekende dit waarschijnlijk een medische ongeschiktheid, wat hem vrijstelde van de Arbeitseinsatz in Duitsland, maar hem ook volledig afhankelijk maakte van zijn inkomsten als marktkoopman. Uit de ambtelijke krabbels blijkt dat zijn verzoek is ingewilligd: nadat een oude schuld was voldaan, kreeg hij per 1 september 1944 weer een vaste plek op het Waterlooplein.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven in Amsterdam tijdens de laatste fase van de Duitse bezetting (augustus 1944). Hoewel de geallieerde invasie in Normandië al had plaatsgevonden en de spanning in de stad toenam, draaide de gemeentelijke bureaucratie nog op volle toeren.

Het Markenplein en het Waterlooplein vormden van oudsher het centrum van de Joodse buurt en de Amsterdamse markthandel. In 1944 was de Joodse bevolking grotendeels gedeporteerd, maar de marktactiviteiten op het Waterlooplein gingen onder streng toezicht door. Voor een burger die niet in staat was tot zware arbeid, was een officiële marktvergunning in deze periode van toenemende schaarste en naderende honger van cruciaal belang voor de fysieke overleving.

Genoemde Personen 1

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Kruidenier (Droog): Rijst Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6