Archief 745
Inventaris 745-430
Pagina 391
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Afschrift van een zakelijke brief.

26 juli 1944. Van: Sectie Binnenlandsche Handel in Zoetwatervisch / Ondervakgroep Binnenlandsche Handel in Visch. Aan: De Ondervakgroep Veilingen van Visch, Staatsvisschershavenbedrijf, IJmuiden.

Origineel

Afschrift van een zakelijke brief. 26 juli 1944. Sectie Binnenlandsche Handel in Zoetwatervisch / Ondervakgroep Binnenlandsche Handel in Visch. De Ondervakgroep Veilingen van Visch, Staatsvisschershavenbedrijf, IJmuiden. Afschrift. Sectie Binnenlandsche Handel
in Zoetwatervisch.
Ondervakgroep
Binnenlandsche Handel 's Gravenhage, 26 Juli 1944.
in Visch.
A a n
No J. 229. CM/vH. de Ondervakgroep Veilingen van Visch,
Dossier 812. Staatsvisschershavenbedrijf,
betreft: Marktretributie. IJmuiden.

Mijne Heeren,
        Ten zeerste zouden wij het waardeeren, wanneer wij op

Uw bemiddeling zouden mogen rekenen in de navolgende aangelegen-
heid;
Het zal U bekend zijn, dat het Bedrijfschap voor Vis-
scherijproducten en daarvóór de Nederlandsche Visscherijcentrale,
in afwijking van het doorleveringssysteem naar basisjaren, opdracht
geeft tot levering van het bepaalde quanta visch aan de groote ste-
den. Deze visch wordt ter bevordering van een goede distributie in
die steden centraal afgeleverd en verdeeld.
Zoo worden ook de groothandelaren in zoetwatervisch
verplicht tot levering van deze vischsoort, o.a. aan Amsterdam, welke
aldaar moet worden afgeleverd aan den vischafslag, welke voor ver-
deeling zorgdraagt. Het springt in het oog, dat deze centrale afle-
vering uitsluitend in het belang^is van de stad Amsterdam, terwijl de
groothandelaren daar geen enkel belang bij hebben. Des te meer
baart het verwondering, dat de vischafslag te Amsterdam den prijs
van de zoetwatervisch vermindert met 2% retributie voor marktonkos-
ten. Het zal U ongetwijfeld bekend zijn, dat de groothandelsmarge
voor De brief is een formeel protest tegen een financiële regeling bij de visafslag in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Gedwongen levering: Groothandelaren in zoetwatervis zijn door de overkoepelende organisatie (Bedrijfschap voor Visscherijproducten) verplicht om vis te leveren aan grote steden zoals Amsterdam voor de centrale distributie.
2. Inhouding van kosten: De visafslag in Amsterdam houdt 2% "marktretributie" (een soort marktbelasting of vergoeding voor marktonkosten) in op de prijs die aan de groothandelaren wordt betaald.
3. Bezwaar: De afzender stelt dat deze centrale levering enkel het belang van de stad Amsterdam dient (voedselvoorziening) en niet dat van de groothandelaren. Zij vinden het onterecht dat zij, bovenop de verplichte levering, ook nog moeten opdraaien voor de marktonkosten van de ontvangende partij.

De tekst bevat een kleine handgeschreven of later tussengetypte correctie ("is") in de derde paragraaf. De brief breekt af aan het einde van de pagina bij het woord "voor". De brief dateert van juli 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Instanties zoals het Bedrijfschap voor Visscherijproducten waren zogenaamde 'ordening-organisaties' die onder toezicht van de bezetter stonden om de productie en distributie van goederen te beheersen.

Het conflict dat hier beschreven wordt, is een typisch voorbeeld van de bureaucratische en economische spanningen onder het distributiestelsel: de spanning tussen de centrale overheid (die steden van voedsel wil voorzien) en de commerciële groothandelaren (die hun marges zien slinken door opgelegde heffingen). De brief is geschreven vlak voor de 'Dolle Dinsdag' en de daaropvolgende Hongerwinter, een periode waarin de voedseldistributie in Nederland volledig zou ontregelen.

Samenvatting

De brief is een formeel protest tegen een financiële regeling bij de visafslag in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Gedwongen levering: Groothandelaren in zoetwatervis zijn door de overkoepelende organisatie (Bedrijfschap voor Visscherijproducten) verplicht om vis te leveren aan grote steden zoals Amsterdam voor de centrale distributie.
2. Inhouding van kosten: De visafslag in Amsterdam houdt 2% "marktretributie" (een soort marktbelasting of vergoeding voor marktonkosten) in op de prijs die aan de groothandelaren wordt betaald.
3. Bezwaar: De afzender stelt dat deze centrale levering enkel het belang van de stad Amsterdam dient (voedselvoorziening) en niet dat van de groothandelaren. Zij vinden het onterecht dat zij, bovenop de verplichte levering, ook nog moeten opdraaien voor de marktonkosten van de ontvangende partij.

De tekst bevat een kleine handgeschreven of later tussengetypte correctie ("is") in de derde paragraaf. De brief breekt af aan het einde van de pagina bij het woord "voor".

Historische Context

De brief dateert van juli 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Instanties zoals het Bedrijfschap voor Visscherijproducten waren zogenaamde 'ordening-organisaties' die onder toezicht van de bezetter stonden om de productie en distributie van goederen te beheersen.

Het conflict dat hier beschreven wordt, is een typisch voorbeeld van de bureaucratische en economische spanningen onder het distributiestelsel: de spanning tussen de centrale overheid (die steden van voedsel wil voorzien) en de commerciële groothandelaren (die hun marges zien slinken door opgelegde heffingen). De brief is geschreven vlak voor de 'Dolle Dinsdag' en de daaropvolgende Hongerwinter, een periode waarin de voedseldistributie in Nederland volledig zou ontregelen.

Gerelateerde Documenten 5