Zakelijke brief / correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / correspondentie. 3 mei 1944. W. de Stam (of P. de Stam, afgaand op de aantekening "rapport van Stam"). Waarschijnlijk J.H. de Boer (gezien de aantekening bovenaan). [Rechtsboven:]
Amsterdam 3 Mei 1944.
[Linksboven, diagonale aantekening in potlood/pen:]
Voor beantwoording
zie rapport van Stam
5-5-44
de Boer
[Midden boven, diverse namen/notities:]
v Beerens
A. H. de Boer
[Inhoud brief:]
Hierbij deel ik U mede
dat alhier van de vischmarkt,
van Gerver te Hoorn, niet
een kist of deksel, meer
hebben. alles gaat direct terug.
Eerst had Gerver bericht dat
hij 1 kist en 4 deksels mistte.
Toen heb ik geantwoord, dat
het niet kan, daar wij alles
direct terug zenden, dus als er
wat weg is, dan is het de schuld
van de Hoornsche boot, want
later zijn er bij de boot nog drie
deksels terecht gekomen, dus
de rest moet daar ook zijn.
Heden morgen heb ik vijf
groote kisten met gerookte vis
van hem ontvangen, waarvoor
ik 2.50 statiegeld heb laten betalen.
Gerver schrijft ook over de
bokking kistjes, maar daar wordt
geen statiegeld voor genomen.
dat wordt voor niemand gedaan
en die kunnen ook niet terug ge-
geven worden. Daar is ook
niemand die daar over valt.
De Monnikendammers die
elken dag, die kisten in zenden
hebben nog nooit over de bokking
gesproken, en hij spreekt er wel
over. Maar met die kleine
kistjes is het niet doenlijk om
die terug te krijgen, dan moet
Gerver maar in grootere kisten
sturen —
Hoogachtend
W. de Stam * Onderwerp: Logistiek meningsverschil over emballage (kisten en deksels) tussen een handelaar in Amsterdam en een leverancier uit Hoorn (Gerver).
* Kernpunten:
* Er is onenigheid over vermiste kisten en deksels. De schrijver wijst de verantwoordelijkheid af en legt deze bij de "Hoornsche boot" (de beurtvaart/transporteur).
* Er wordt onderscheid gemaakt tussen grote viskisten (met statiegeld van 2,50 gulden) en kleine bokkingkistjes.
* De schrijver stelt dat het retourneren van kleine bokkingkistjes ondoenlijk is en dat Gerver grotere kisten moet gebruiken als hij ze terug wil hebben.
* Taalgebruik: Typisch zakelijk-formeel voor die tijd ("Hierbij deel ik U mede", "niemand die daar over valt"), met verouderde spelling ("vischmarkt", "Hoornsche"). * Tijdsbeeld: De brief dateert uit mei 1944, de late oorlogsjaren in Nederland. Hoewel de oorlog niet direct genoemd wordt, wijst de strikte administratie rondom kisten en deksels op de schaarste van materialen in die periode. Emballage was kostbaar en moest hergebruikt worden.
* Geografie: Het document illustreert de handelslijn tussen Amsterdam en de regio (Hoorn, Monnickendam). De "Hoornsche boot" verwijst naar de regelmatige scheepvaartverbindingen die in die tijd essentieel waren voor de aanvoer van verse vis en andere goederen naar de hoofdstad.
* Economie: De genoemde 2,50 gulden aan statiegeld was voor 1944 een aanzienlijk bedrag, wat het belang van de klacht van Gerver en de verdediging van Stam verklaart.