Archiefdocument
Origineel
20 juni 1944. Waarschijnlijk een lokale visinspectie of gemeentelijke distributiedienst (niet expliciet vermeld in de kop). Den Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten te 's-Gravenhage. [Handgeschreven in blauw potlood:] extra (of initialen)
46a/78/211.
20 Juni 1944. vB/SV.
Klacht Mevr.
J.Westendorp-Duijs.
Den Heer Directeur van het
Bedrijfschap voor Visscherij-
producten,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e.
Onder terugzending van het met Uw
brief d.d. 4 Mei jl. no. 9938/Verd./Of. om
advies ontvangen stuk, bericht ik U, dat
bij een door mijn dienst ingesteld onder-
zoek niet is gebleken, dat onregelmatig-
heden zouden hebben plaats gevonden.
Zooals U bekend is bestaat eer te
dezer stede geen klantenbindingssysteem ter
verdeeling van de visch onder de consumenten.
Wel hebben meerdere kleinhandelaren onver-
plichte klantenkaarten afgegeven, adressante
is in het bezit van zoo'n kaart, afgegeven
door den kleinhandelaar J.Braam, Middenweg
52, alhier. De kleinhandelaren zijn verplicht
de, hun aan den afslag toegewezen visch, dien-
zelfden dag aan de consumenten te koop aan
te bieden, ook wanneer zij de visch even-
tueel eerst laat op den dag ontvangen. Mel-
den de klanten zich niet, dan wordt de visch
vrij verkocht; het is bovendien moeilijk de
visch tot den volgenden dag te bewaren, om-
dat er niet altijd ijs voorhanden is. De
klanten dienen zich derhalve indien zij kun-
nen verwachten, dat hun nummer aan de beurt
komt, regelmatig bij hun winkelier op de
hoogte te stellen over eventueele aanvoer
van visch. Dit document betreft de afhandeling van een klacht over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste bevindingen uit de brief zijn:
- Geen onregelmatigheden: Na onderzoek is geconcludeerd dat de vishandelaar (J. Braam) niet onrechtmatig heeft gehandeld.
- Informeel systeem: Er bestond geen officieel toewijzingssysteem voor vis aan individuele klanten. Handelaren gebruikten echter eigen, niet-verplichte klantenkaarten met volgnummers om de beperkte voorraad te verdelen.
- Houdbaarheidsproblematiek: Vanwege een tekort aan ijs voor koeling waren vishandelaren verplicht hun voorraad nog dezelfde dag te verkopen.
- Verantwoordelijkheid: De bewijslast en de actieve rol voor het bemachtigen van schaarse producten wordt bij de burger gelegd; zij moeten zelf informeren naar de aanvoer en aanwezig zijn op het moment dat hun nummer aan de beurt is. De brief is geschreven op 20 juni 1944, twee weken na D-Day. Nederland was nog bezet en de schaarste aan voedsel was groot. Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten was een zogenaamde PBO (Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie) die onder toezicht van de bezetter de productie en distributie van vis reguleerde.
De genoemde "Middenweg 52" verwijst zeer waarschijnlijk naar een adres in Amsterdam (Watergraafsmeer), waar vishandelaar J. Braam gevestigd was. Dit suggereert dat de afzender van de brief een Amsterdamse ambtenaar was die rapporteerde aan het landelijke orgaan in Den Haag. De tekst illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van burgers en de starre, bureaucratische reacties op klachten over de eerlijkheid van het distributiestelsel.