Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 145
Dossier 23
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtsbrief / Bestuursstuk (doorslag).

7 april 1943 (7/4/'43). Van: Waarschijnlijk de Directie van de Afdeeling Levensmiddelen van de Gemeente Amsterdam (gezien de adressering en het onderwerp).

Origineel

Ambtsbrief / Bestuursstuk (doorslag). 7 april 1943 (7/4/'43). Waarschijnlijk de Directie van de Afdeeling Levensmiddelen van de Gemeente Amsterdam (gezien de adressering en het onderwerp). [Links boven, handgeschreven:] R Van Meurs
[Links boven, handgeschreven:] H. Areburg(?)
[Rechts boven, getypt:] VD/HB.
[Stempel, handgeschreven aangevuld:] Verzonden 7/4 '43 [daarnaast nogmaals:] 7/4 '43

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
===========

46b/16/7 M.

Vischregeling.

Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat de heer A.J. van Rijsbergen, bewindvoerder van 7 Joodsche vischkleinhandelszaken heeft verzocht de toewijzingen van deze zaken over te schrijven op twee winkels t.w. op Drukker & Co., Amstelveld 7 en J.Savelberg, Utrechtschestraat 73.

Wij mogen U hierbij herinneren aan onzen brief van 25 September 1942 no.46a/620/2 M., waarin een soortgelijk verzoek van den heer Van Rijsbergen behandeld is. Door den Burgemeester is in zijn brief d.d. 5 October 1942 no.817 L.M.1942 aan den Nederlandse Visscherij Centrale het standpunt ingenomen, dat door ondergeteekenden hem in overweging is gegeven. Afschrift van deze correspondentie doen wij U hierbij toekomen.

Wij moeten U mededeelen, dat ons standpunt, na hernieuwde, ernstige overwegingen niet is gewijzigd. Wij mogen hierbij opmerken, dat zoo een verzoek van een kleinhandelaar, die een zaak van een collega zou overnemen en de betreffende vischtoewijzing in eigen zaak wou willen verkoopen, beslist door ons zou worden afgewezen en dat ook de toewijzing van kooplieden, die in Duitschland worden [onderbroken aan de rand]

[Links onderin staan nog enkele handgeschreven parafen en aantekeningen die deels onleesbaar zijn door de rand van het document.] * Kern van de zaak: Een bewindvoerder (A.J. van Rijsbergen), aangesteld over zeven Joodse viswinkels die waarschijnlijk geliquideerd werden, probeert de visquota (toewijzingen) van deze zaken over te hevelen naar twee andere, niet-Joodse vishandels (Drukker & Co. en J. Savelberg).
* Besluitvorming: De ambtenaren die de brief schrijven, adviseren de wethouder negatief. Ze beroepen zich op een eerdere beslissing van de Burgemeester (E.J. Voûte) uit oktober 1942. Hun argumentatie is formeel-technisch: ze behandelen het als een normale bedrijfsovername die niet is toegestaan binnen de distributieregels.
* Toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van de bezettingstijd, waarbij de dramatische context van de Jodenvervolging wordt gereduceerd tot een administratieve kwestie van "toewijzingen". * Arisering en Liquidatie: Tijdens de Duitse bezetting werden Joodse bedrijven eerst onder toezicht van een 'bewindvoerder' (Verwalter) gesteld en vervolgens vaak geliquideerd of 'geariuseerd' (overgenomen door niet-Joodse eigenaren). Dit document toont dit proces aan de hand van viswinkels.
* Voedselvoorziening: In 1943 was Nederland onderworpen aan een streng distributiesysteem. Toewijzingen (quota) waren cruciaal voor het voortbestaan van een winkel.
* Deportaties: De zin die aan het einde wordt afgebroken ("kooplieden, die in Duitschland worden...") is een directe verwijzing naar de deportatie van Joodse ondernemers. In de administratieve taal van die tijd werd vaak eufemistisch gesproken over "tewerkstelling" of verblijf in Duitsland, terwijl het in feite om deportatie naar de vernietigingskampen ging. Het feit dat de visquota van deze "afwezige" kooplieden herverdeeld worden, illustreert hoe de achtergebleven bezittingen en rechten van weggevoerde Joden werden verdeeld.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Een bewindvoerder (A.J. van Rijsbergen), aangesteld over zeven Joodse viswinkels die waarschijnlijk geliquideerd werden, probeert de visquota (toewijzingen) van deze zaken over te hevelen naar twee andere, niet-Joodse vishandels (Drukker & Co. en J. Savelberg).
  • Besluitvorming: De ambtenaren die de brief schrijven, adviseren de wethouder negatief. Ze beroepen zich op een eerdere beslissing van de Burgemeester (E.J. Voûte) uit oktober 1942. Hun argumentatie is formeel-technisch: ze behandelen het als een normale bedrijfsovername die niet is toegestaan binnen de distributieregels.
  • Toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van de bezettingstijd, waarbij de dramatische context van de Jodenvervolging wordt gereduceerd tot een administratieve kwestie van "toewijzingen".

Historische Context

  • Arisering en Liquidatie: Tijdens de Duitse bezetting werden Joodse bedrijven eerst onder toezicht van een 'bewindvoerder' (Verwalter) gesteld en vervolgens vaak geliquideerd of 'geariuseerd' (overgenomen door niet-Joodse eigenaren). Dit document toont dit proces aan de hand van viswinkels.
  • Voedselvoorziening: In 1943 was Nederland onderworpen aan een streng distributiesysteem. Toewijzingen (quota) waren cruciaal voor het voortbestaan van een winkel.
  • Deportaties: De zin die aan het einde wordt afgebroken ("kooplieden, die in Duitschland worden...") is een directe verwijzing naar de deportatie van Joodse ondernemers. In de administratieve taal van die tijd werd vaak eufemistisch gesproken over "tewerkstelling" of verblijf in Duitsland, terwijl het in feite om deportatie naar de vernietigingskampen ging. Het feit dat de visquota van deze "afwezige" kooplieden herverdeeld worden, illustreert hoe de achtergebleven bezittingen en rechten van weggevoerde Joden werden verdeeld.

Gerelateerde Documenten 6