Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 144
Dossier 23
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag).

24 mei 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam, afgaande op de tekst). Aan: Die Wirtschaftsprüfstelle, Amsterdamscheweg 133, Arnhem (Gld).

Origineel

Getypte brief (doorslag). 24 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam, afgaande op de tekst). Die Wirtschaftsprüfstelle, Amsterdamscheweg 133, Arnhem (Gld). SV

46b/16/15 M.

24 Mei 1943.

die Wirtschaftsprüfstelle
Amsterdamscheweg 133
A r n h e m (Gld).
==========

Att.: Herr Kolbmüller.
Betr.: Übertragung Fisch-Kontingent an die Firma Drukker
& Co, Amstelveld, Amsterdam.

Antwortlich Ihres Schreibens vom 5.d.M.
NW/W/Wp - Li/Ref - Ko/GÖHE 104/26 teile ich Ihnen mit,
dasz die Gemeinde-Verwaltung der Stadt Amsterdam sich
jetzt entschlossen hat, die Fisch-Kontingente der Firmen.

  1. Amsterdamsche Vischcentrale (E. Peper), Rijnstraat,
    Amsterdam.
  2. N.V. Hollandsche Vischhandel, Willemsparkweg, Amsterdam.
  3. Levie Biet, Bellamystraat, Amsterdam.
  4. Locher's Vischhandel, Ruyschdaelstraat, Amsterdam.
  5. Drukker & Goudeketting, Weesperstraat, Amsterdam.
  6. N. Wijnschenk, Blasiusstraat, Amsterdam.

eingehend am Montag 24. Mai 1943 zu übertragen auf die
Firma Drukker, Amstelveld 7, Amsterdam.

Der Direktor, Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het document is de overdracht van visquota (Fisch-Kontingente) van zes specifieke Amsterdamse vishandels naar één centrale firma: Firma Drukker aan het Amstelveld.

Opvallend is dat de genoemde vishandelaren veelal Joodse namen dragen (zoals Peper, Biet, Goudeketting en Wijnschenk). De brief is gericht aan de Wirtschaftsprüfstelle, een instantie die tijdens de bezetting een centrale rol speelde bij de controle op het bedrijfsleven en specifiek bij de "arisering" (het onteigenen en overdragen) van Joodse ondernemingen. Het document is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de economische uitsluiting van de Joodse bevolking. In mei 1943 was de Jodenvervolging in Nederland in een vergevorderd stadium. Joodse ondernemers waren hun bedrijven al kwijtgeraakt door eerdere verordeningen. Hun bezit en handelsrechten (zoals de hier genoemde quota) werden door de bezetter geconfisqueerd en verdeeld onder niet-Joodse ondernemers of beheerders (Verwalter).

De namen in de lijst corresponderen met werkelijk bestaande Amsterdamse ondernemers die het slachtoffer werden van de Holocaust. Zo was Levie Biet een vishandelaar die in juli 1943 in Sobibor werd vermoord. Dit document legt het moment vast waarop zij officieel beroofd werden van hun resterende zakelijke rechten, terwijl zij vaak al gedeporteerd waren of op het punt stonden dat te worden. De overdracht van de quota diende om de voedselvoorziening in de stad te consolideren onder toezicht van de bezetter, terwijl de oorspronkelijke eigenaren uit de samenleving werden weggevaagd.

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het document is de overdracht van visquota (Fisch-Kontingente) van zes specifieke Amsterdamse vishandels naar één centrale firma: Firma Drukker aan het Amstelveld.

Opvallend is dat de genoemde vishandelaren veelal Joodse namen dragen (zoals Peper, Biet, Goudeketting en Wijnschenk). De brief is gericht aan de Wirtschaftsprüfstelle, een instantie die tijdens de bezetting een centrale rol speelde bij de controle op het bedrijfsleven en specifiek bij de "arisering" (het onteigenen en overdragen) van Joodse ondernemingen. Het document is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de economische uitsluiting van de Joodse bevolking.

Historische Context

In mei 1943 was de Jodenvervolging in Nederland in een vergevorderd stadium. Joodse ondernemers waren hun bedrijven al kwijtgeraakt door eerdere verordeningen. Hun bezit en handelsrechten (zoals de hier genoemde quota) werden door de bezetter geconfisqueerd en verdeeld onder niet-Joodse ondernemers of beheerders (Verwalter).

De namen in de lijst corresponderen met werkelijk bestaande Amsterdamse ondernemers die het slachtoffer werden van de Holocaust. Zo was Levie Biet een vishandelaar die in juli 1943 in Sobibor werd vermoord. Dit document legt het moment vast waarop zij officieel beroofd werden van hun resterende zakelijke rechten, terwijl zij vaak al gedeporteerd waren of op het punt stonden dat te worden. De overdracht van de quota diende om de voedselvoorziening in de stad te consolideren onder toezicht van de bezetter, terwijl de oorspronkelijke eigenaren uit de samenleving werden weggevaagd.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6