Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 291
Dossier 24
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven kanttekeningen en doorhalingen.

Origineel

Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven kanttekeningen en doorhalingen. [Bovenaan de pagina, handgeschreven:]
- 3 - door toepassing v. art 7 v/h Beheeringreglement

[Getypte tekst:]
Lammers verklaarde, dat ongetwijfeld aan Mevrouw Looyen een erkenning zal worden uitgereikt en hij achtte het ook billijk, dat de toewijzing visch reeds nu op haar naam zou worden overgeschreven.

[Marginale notitie links, omcirkeld met een lijn naar de volgende alinea:]
Gelet op het standpunt, dat hierboven door ons werd ingenomen

~~Onzerzijds~~ [handgeschreven boven doorhaling:] Onzerzijds bestaat derhalve tegen inwilliging van dit gedeelte van het verzoek geen bezwaar.

Dit bestaat evenwel wel tegen inwilliging van het tweede gedeelte van het verzoek. ~~Dit zou namelijk hierop neerkomen, dat de beide zoons Looyen, die gehuwd zijn, een hoogere toewijzing zouden ontvangen dan alle andere handelaren van de Vischmarkt. Dezerzijds zou nooit kunnen worden nagegaan of deze zoons de inkomsten uit deze toewijzing wel aan hun Moeder zouden afdragen. Wij zouden dan ook dan~~ [handgeschreven markering ‘T’] het toestaan van het eerstbehandelde gedeelte van het verzoek de voorwaarde willen verbinden, dat Mevrouw Looyen zelf haar toewijzing op de Vischmarkt in ontvangst komt nemen en deze persoonlijk op haar verkoopplaats gaat verkoopen. Voor een goede controle komt het ons gewenscht voor, dat zij de oorspronkelijke plaats van haar man in de Albert Cuypstraat weder gaat innemen. Toegestaan zou kunnen worden, dat een van haar zoons eveneens naar deze markt wordt ~~overgeboekt~~ [getypt: xxxxxx boekt] om zijn Moeder zoo noodig behulpzaam te zijn.

[Marginale notitie links bij markering ‘T’:]
T Wij hebben onder b. in ons voorstel de motieven daarvan aangegeven.

[Getypte tekst vervolgt onder een horizontale streep:]
Gaarne zullen wij van U vernemen of U met het door ons voorgestelde accoord kunt gaan, waarna het in dezen vorm zal worden uitgevoerd.

Ten aanzien van Sterkenburg zal dezerzijds nog worden onderzocht of Mevrouw Sterkenburg in staat is om persoonlijk de handel uit te oefenen. Dit geval zal dan op overeenkomstige wijze worden behandeld.

De Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- & De Directeur,
Distributieaangelegenheden, Dit document betreft de administratieve afhandeling van toewijzingen (quota) voor de vishandel tijdens een periode van schaarste en strikte regulering. De kern van het geschil is of de weduwe Looyen de visrechten van haar overleden echtgenoot mag overnemen.

De autoriteiten gaan akkoord met de overdracht op haar naam, maar wijzen een verzoek af dat gunstig zou uitpakken voor haar zoons. De angst van de ambtenaren is dat de zoons een groter aandeel zouden krijgen dan andere handelaren en dat het inkomen niet bij de moeder terecht zou komen. De doorhalingen en de marginale notitie 'T' laten zien dat de tekst tijdens het opstellen is geredigeerd om directer te verwijzen naar eerder genoemde motieven.

Er wordt een strikte voorwaarde gesteld: Mevrouw Looyen moet persoonlijk op de markt staan (Albert Cuypstraat) om toezicht en controle mogelijk te maken. Een vergelijkbare procedure wordt aangekondigd voor een zekere Mevrouw Sterkenburg. Het document moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was er sprake van een zeer strikt distributiestelsel. De handel in schaarse goederen zoals vis was gebonden aan vergunningen en toewijzingen.

De overheid (in dit geval de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden) hanteerde strenge regels om te voorkomen dat handelaren via familieconstructies extra quota bemachtigden of dat er 'zwarte handel' ontstond. Het feit dat een weduwe persoonlijk haar handel moet drijven om haar recht op toewijzing te behouden, is typerend voor de bureaucratische controle uit die tijd. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was ook toen al een centraal punt voor deze kleinschalige handel.

Samenvatting

Dit document betreft de administratieve afhandeling van toewijzingen (quota) voor de vishandel tijdens een periode van schaarste en strikte regulering. De kern van het geschil is of de weduwe Looyen de visrechten van haar overleden echtgenoot mag overnemen.

De autoriteiten gaan akkoord met de overdracht op haar naam, maar wijzen een verzoek af dat gunstig zou uitpakken voor haar zoons. De angst van de ambtenaren is dat de zoons een groter aandeel zouden krijgen dan andere handelaren en dat het inkomen niet bij de moeder terecht zou komen. De doorhalingen en de marginale notitie 'T' laten zien dat de tekst tijdens het opstellen is geredigeerd om directer te verwijzen naar eerder genoemde motieven.

Er wordt een strikte voorwaarde gesteld: Mevrouw Looyen moet persoonlijk op de markt staan (Albert Cuypstraat) om toezicht en controle mogelijk te maken. Een vergelijkbare procedure wordt aangekondigd voor een zekere Mevrouw Sterkenburg.

Historische Context

Het document moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was er sprake van een zeer strikt distributiestelsel. De handel in schaarse goederen zoals vis was gebonden aan vergunningen en toewijzingen.

De overheid (in dit geval de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden) hanteerde strenge regels om te voorkomen dat handelaren via familieconstructies extra quota bemachtigden of dat er 'zwarte handel' ontstond. Het feit dat een weduwe persoonlijk haar handel moet drijven om haar recht op toewijzing te behouden, is typerend voor de bureaucratische controle uit die tijd. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was ook toen al een centraal punt voor deze kleinschalige handel.

Gerelateerde Documenten 6