Getypte brief of ambtelijke notitie met handgeschreven kanttekeningen en correcties.
Origineel
Getypte brief of ambtelijke notitie met handgeschreven kanttekeningen en correcties. [Koptekening: - 2 -]
len maken tusschen straathandelaren en winkeliers.
Bij de winkeliers spreekt het welhaast vanzelf, dat de nabestaande, in de gelegenheid moeten worden gesteld om de zaak verder te drijven en wij zouden dan ook in dat geval de toewijzingen op den rechthebbenden willen overschrijven.
Bij de uitzending van straathandelaren naar het buitenland werd het standpunt ingenomen, dat dan de toewijzing visch zou moeten vervallen. Een dergelijk absoluut standpunt zouden wij, ingeval van overlijden van den kleinhandelaar, echter niet willen innemen. In het eerste geval werd namelijk aangenomen, dat de handelaar in het buitenland voldoende zou verdienen om zijn gezin te kunnen onderhouden. Deze mogelijkheid is uiteraard in het andere geval niet meer aanwezig. Het lijkt ons evenwel te ver te gaan om zonder meer te bepalen, dat bij overlijden de toewijzingen visch op een nabestaande kan worden overgeschreven,. In principe zouden wij het beginsel willen handhaven, dat ook in dit geval de toewijzing dient te vervallen. Slechts ingevallen, dat de weduwe, of een der familieleden in de rechte linie, eerste, graad gedurende het leven van den vischhandelaar dezen bij zijn handel ~~laat~~ behulpzaam is geweest en derhalve aangenomen kan worden, dat zij van den handel in visch volkomen op de hoogte zijn, zouden wij willen overgaan tot het overschrijven van de toewijzingen.
[Kanttekening links, behorend bij de doorgehaalde alinea:]
Het thans voorliggende verzoek v. de weduwe Looyen zullen wij dus op zijn eigen mérites beoordeelen.
[Doorgehaalde en gecorrigeerde alinea:]
~~Ten aanzien van Looyen ligt de zaak zoo, dat~~ De weduwe [handgeschreven: is] ~~gedurende haar huwelijk haar man in toen door hem gedreven winkels is behulpzaam geweest.~~ Zij stamt trouwens uit een familie van vischhandelaren: Zwaan. Ongeveer 7 jaar geleden heeft Looyen zijn zaak moeten verkoopen en is hij gaan venten. Vanaf dat moment is Mevrouw Looyen niet meer in den vischhandel werkzaam geweest.
Wij hebben het oordeel ingewonnen van den [handgeschreven: huidig] Voorzitter van den Vakgroep Detailhandel in visch, den Heer K. Lammers omtrent het standpunt van den Vakgroep ten aanzien van het verleenen van een erkenning als vischhandelaarster aan de weduwe Looyen. ~~Zooals U wellicht bekend is, wordt momenteel het verleenen der definitieve erkenningen door den Bedrijfschap uitgevoerd.~~ Dit document betreft een intern ambtelijk advies of een besluitvormingsstuk over de toewijzing van vergunningen ("toewijzingen") voor de handel in vis. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen winkeliers en straathandelaren (venters).
- Beleid voor winkeliers: Bij overlijden gaat de vergunning in de regel over op de nabestaanden om de continuïteit van de winkel te waarborgen.
- Beleid voor straathandelaren: Bij vertrek naar het buitenland vervalt de vergunning. Bij overlijden vervalt de vergunning in principe ook, tenzij de nabestaande (echtgenote of kind in de eerste graad) aantoonbaar jarenlang actief heeft meegewerkt in de zaak en dus over de nodige vakkennis beschikt.
- Casus Looyen: Er is een specifiek verzoek van de weduwe Looyen. Hoewel zij uit een vissersfamilie komt en vroeger in de winkels van haar man hielp, is zij de laatste 7 jaar (sinds haar man ging venten) niet meer actief geweest in de handel.
- Besluitvorming: De schrijver stelt voor om het verzoek op eigen "mérites" te beoordelen en heeft hiervoor advies gevraagd aan de Vakgroep Detailhandel in visch. Het document dateert waarschijnlijk uit de periode kort na de Tweede Wereldoorlog (gezien het taalgebruik zoals "visch", "handelaarster" en de verwijzing naar "uitzending naar het buitenland", wat mogelijk duidt op de werkverschaffing of emigratie in die periode).
Het weerspiegelt de sterk gereguleerde marktordening van die tijd, waarbij bedrijfschappen en vakgroepen (onderdeel van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, PBO) een grote vinger in de pap hadden bij het verlenen van erkenningen en vestigingsvergunningen. De overheid of het overkoepelende orgaan probeerde hiermee de markt te ordenen en te voorkomen dat er een wildgroei aan kleine handelaren ontstond, terwijl tegelijkertijd sociale aspecten (het levensonderhoud van weduwen) werden meegewogen.