Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 292
Dossier 92
Jaar 1944
Stadsarchief

Concept-beleidsstuk of ambtelijk advies met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen.

Origineel

Concept-beleidsstuk of ambtelijk advies met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen. (Opmerking: Doorgehaalde tekst is aangegeven met [doorgeruist], handgeschreven toevoegingen tussen [vierkante haken].)

[Linkermarge, handgeschreven:]
Zoovals U wel bekend is, wordt momenteel door den Bedrijfschap de definitieve erkenning van de vischhandelaren uitgevoerd; bij informatie is ons gebleken, dat ook aldaar dit standpunt wordt ingenomen. Artikel 7 van het Erkenningsreglement schept nl. de mogelijkheid, dat de aan den man verleende erkenning [bij overlijden] op naam van de weduwe kan worden overgeschreven, mits deze in den vischhandel is werkzaam geweest. Hierbij zouden wij nog op het volgende willen wijzen. 2.0.2.

[Hoofdtekst, getypt met correcties:]
[doorgeruist: van dat gezin moet optreden;]
b. [Toe te staan, dat] overschrijving op een niet inwonend kind uit het achterblijvend gezin, [voor de weduwe als verkoopster] dat dan als kostwinner voor dat gezin zal optreden. [het lid heeft ad. a gestelde]

Wat het eerste gedeelte van de eerst gestelde vraag betreft, kan [er] naar ons wil voorkomen geen bezwaar bestaan om de toewijzing op de weduwe over te schrijven, mits deze dan ook als zoodanig [kleinhandelaarster] in den vischhandel zelfstandig optreedt en daartoe krachtens haar arbeidsverleden in staat kan worden geacht [doorgeruist: te zijn]. Deze maatregel schaadt niemand en brengt daar baat, waar door het wegvallen van den kostwinner hulp noodig is.

[Grote X door de volgende alinea:]
[doorgeruist: Voor het tweede gedeelte van de eerst gestelde vraag kan het zelfde antwoord gelden. Evenwel treedt hier onmiddellijk een andere toestand in van het oogenblik af, dat het inwonend kind waarop de toewijzing is overgeschreven, het gezin als inwonend lid verlaat. De toewijzing zal dan hetzij op een ander inwonend kind kunnen overgaan, indien dit aan de vereischte voldoet noodig om de overschrijving op zijn naam te kunnen krijgen dan wel op de weduwe, indien deze althans voldoet aan de voorwaarden zooals deze hierboven zijn aangegeven.]

Er kan zich ook de omstandigheid voordoen, dat geen der leden van het gezin in aanmerking komt voor [de erkenning van de weduwe te verkoopen] [doorgeruist: de toewijzing]. Als dan dringt de vraag zich op, of de weduwe in de gelegenheid zou kunnen worden gesteld zich van vakkundige hulp van buiten af te mogen bedienen. Alhoewel deze vraag [thans] nog niet ter behandeling voor ligt mogen wij, in verband met de beantwoording van de vraag hier boven onder b gesteld, toch voorloopig reeds een kantteekening [doorgeruist: hier] gemaakt worden.

Indien de weduwe een vischwinkel drijft en bij de zaak woont dan kan naar het schijnt wel gecontroleerd worden, dat de hulp van buiten af inderdaad dienstbaar is tot het onderhoud van het gezin. De toewijzing zal [principieel] op haar naam moeten staan wil men niet in de kortst mogelijke tijd voor de moeilijkheid komen te staan, dat de hulp, toegerust met de toewijzing, zich op de een of andere wijze van het gezin los [maakt] [doorgeruist: maken]. Wat de echtgenoot straathandelaar dan schijnt het ons wel niet mogelijk bij den toestand, welke hier thans onder de oogen wordt gezien, haar toewijzing door een ander op een der markten te laten verkoopen. Iedere contrôle op het gebruik van hare toewijzing te harer gunste ontbreekt, terwijl op de visch- en Dit document is een werkversie van een beleidsadvies binnen een Bedrijfschap. De kernvraag is hoe om te gaan met de 'erkenning' (de vergunning om vis te mogen verkopen) wanneer een vishandelaar overlijdt.

De tekst toont een duidelijke spanning tussen twee belangen:
1. Sociaal belang: Het voorkomen van armoede bij weduwen door hen toe te staan de zaak voort te zetten (via een overschrijving van de toewijzing).
2. Handhavingsbelang: De angst voor misbruik. Men wil voorkomen dat een weduwe enkel 'op papier' de vergunninghouder is, terwijl een buitenstaander de feitelijke handel drijft zonder dat er controle is op de afdracht aan het gezin.

De auteur maakt een scherp onderscheid tussen een fysieke viswinkel (waar controle mogelijk is) en de ambulante handel/straathandel (waar controle op misbruik van de vergunning door derden nagenoeg onmogelijk wordt geacht). De handgeschreven noten in de marge versterken de juridische basis door te verwijzen naar Artikel 7 van het Erkenningsreglement. De context is die van de herstructurering van de Nederlandse detailhandel in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden veel bedrijfstakken gereguleerd via publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO's), zoals Bedrijfschappen. Deze instanties stelden strenge eisen aan vakbekwaamheid en kredietwaardigheid.

Voor weduwen van kleine zelfstandigen was het behoud van de 'erkenning' van levensbelang, aangezien dit vaak hun enige bron van inkomst was. De discussie in dit document weerspiegelt de bureaucratische afwegingen die destijds gemaakt werden om zowel de sociale zekerheid van nabestaanden te waarborgen als de marktordening te handhaven.

Samenvatting

Dit document is een werkversie van een beleidsadvies binnen een Bedrijfschap. De kernvraag is hoe om te gaan met de 'erkenning' (de vergunning om vis te mogen verkopen) wanneer een vishandelaar overlijdt.

De tekst toont een duidelijke spanning tussen twee belangen:
1. Sociaal belang: Het voorkomen van armoede bij weduwen door hen toe te staan de zaak voort te zetten (via een overschrijving van de toewijzing).
2. Handhavingsbelang: De angst voor misbruik. Men wil voorkomen dat een weduwe enkel 'op papier' de vergunninghouder is, terwijl een buitenstaander de feitelijke handel drijft zonder dat er controle is op de afdracht aan het gezin.

De auteur maakt een scherp onderscheid tussen een fysieke viswinkel (waar controle mogelijk is) en de ambulante handel/straathandel (waar controle op misbruik van de vergunning door derden nagenoeg onmogelijk wordt geacht). De handgeschreven noten in de marge versterken de juridische basis door te verwijzen naar Artikel 7 van het Erkenningsreglement.

Historische Context

De context is die van de herstructurering van de Nederlandse detailhandel in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden veel bedrijfstakken gereguleerd via publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO's), zoals Bedrijfschappen. Deze instanties stelden strenge eisen aan vakbekwaamheid en kredietwaardigheid.

Voor weduwen van kleine zelfstandigen was het behoud van de 'erkenning' van levensbelang, aangezien dit vaak hun enige bron van inkomst was. De discussie in dit document weerspiegelt de bureaucratische afwegingen die destijds gemaakt werden om zowel de sociale zekerheid van nabestaanden te waarborgen als de marktordening te handhaven.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6