Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). J.H. Bonsee, van Woustraat 200, Amsterdam. J.H. Bonsee
van Woustr. 200,
Amsterdam.
Amsterdam, 25 Februari 1944.
Bedrijfschap voor Visscherijproducten,
Afd. Algemeene Zaken,
2e Adelheidstraat 300,
's-GRAVENHAGE.-
Betr. Uw schrijven d.d. 23 Febr.'41 Nr. 4087/AZ/Ho.
Mijne Heren,
In antwoord op Uw bovengenoemd schrijven, deel ik U
beleefd mede, dat het steeds in mijn voornemen heeft gelegen
om actief den vischhandel te gaan uitoefenen, daar ik een zaak
heb in vis, fruit en zuurwaren. De oorzaak, dat ik geen vis-
verkoop heb, is gelegen in het feit, dat ik niet voor een toe-
wijzing in aanmerking kom, omdat ik geen rekeningen kan over-
leggen van visaankoop in 1939. De reden hiervan is, dat is steeds
à contant vis kocht op de Vismarkt in Amsterdam en ook omdat ik
een groot gedeelte van 1939 als dienstplichtige mijn militaire
plichten, in verband met de mobilisatie, moest vervullen. Overi-
gens heb ik wel een ventvergunning in mijn bezit.
Beleefd verzoek ik U thans, mij alsnog in den vishandel
te willen inschakelen en mij voor een toewijzing in aanmerking te
doen komen.
Inmiddels teken ik,
Hoogachtend,
w.g. .......
11-3-'44
Boo.
Voor eensluidend afschrift,
BEDRIJFSSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN,
[handtekening] * Inhoud: De heer Bonsee verzoekt het Bedrijfschap om toestemming om weer vis te mogen verhandelen. Hij legt uit waarom hij geen bewijsstukken (rekeningen) van zijn handel in het referentiejaar 1939 kan overleggen: hij kocht zijn waar contant op de markt en was bovendien een groot deel van dat jaar gemobiliseerd als soldaat.
* Staat van het document: Het betreft een officieel afschrift van een oorspronkelijke brief. Op de achtergrond is vage tekst van een ander document doorschijnend (doorslag).
* Kenmerken: De brief bevat typische ambtelijke taal uit die tijd ("deel ik U beleefd mede", "mij alsnog in den vishandel te willen inschakelen"). De spelling is conform de toen geldende regels (bijv. "vischhandel").
* Administratieve weg: De brief van Bonsee dateert van 25 februari 1944, maar verwijst naar een schrijven van de instantie uit 1941. Dit duidt op een langdurige correspondentie of een herhaald verzoek tijdens de oorlogsjaren. Het afschrift is op 11 maart 1944 door het Bedrijfschap gewaarmerkt. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De economie was destijds strak georganiseerd via zogenaamde "Bedrijfschappen". Voor de handel in schaarse goederen, waaronder levensmiddelen zoals vis, was een officiële toewijzing noodzakelijk.
De bewijsvoering op basis van het jaar 1939 was destijds de standaard; handelaren moesten aantonen dat zij vóór de oorlog reeds actief waren om in aanmerking te komen voor distributiequota. De situatie van de heer Bonsee illustreert de problemen waar kleine zelfstandigen tegenaan liepen wanneer zij door de militaire mobilisatie (1939-1940) hun administratie niet op orde hadden of hun bedrijfsvoering moesten onderbreken.