Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 461
Dossier 10
Jaar 1944
Stadsarchief

Handgeschreven brief of ambtelijke notitie (blad 4 van een dossier).

Origineel

Handgeschreven brief of ambtelijke notitie (blad 4 van een dossier). marktgeld werd betaald! (4)
Ook De Ruiter kan zijn ver-
klaring niet met bewijzen
staven; een boekhouding
heeft hij in die jaren niet
bijgehouden.
Uit het bovenstaande
kan i. m. i. m. allerminst
nauw geconcludeerd
dat Marinus in de jaren
1939 en 1940 als bona
fide kleinhandelaar ~~in~~ [in rood: in visch]
is opgetreden.
Ik verzoek U hem
te berichten, dat er geen
aanleiding bestaat hem
in de vervolging van
visch te R’dam op te
nemen.

[Initialen, mogelijk J.S., met rode streep onderstreept] De tekst betreft een juridische of administratieve beoordeling van de economische activiteiten van een persoon genaamd Marinus (en de getuigenis van een zekere De Ruiter). De kern van de zaak is of Marinus in de jaren 1939-1940 rechtmatig ("bona fide") optrad als kleinhandelaar in vis.

De auteur concludeert dat er onvoldoende bewijs is (geen boekhouding) om vast te stellen dat hij daadwerkelijk als zodanig werkzaam was. Desondanks adviseert de schrijver om geen vervolging in te stellen tegen Marinus in Rotterdam ("R’dam") met betrekking tot de viskwestie. De afkorting "i. m. i. m." staat vermoedelijk voor een ietwat pleonastisch "in mijne inziens" of een vergelijkbare ambtelijke formule. Dit document lijkt deel uit te maken van een onderzoek naar economische delicten, zwarte handel of de rechtmatigheid van handel drijven tijdens de vroege oorlogsjaren of de periode direct daarna. Tijdens de Duitse bezetting en de wederopbouw was de handel in schaarse goederen (zoals vis) streng gereguleerd. De controle op "marktgeld" en het bijhouden van een deugdelijke "boekhouding" waren essentieel om aan te tonen dat men geen illegale handel dreef. Het document is een besluit om een specifiek opsporingsonderzoek in Rotterdam te staken.

Samenvatting

De tekst betreft een juridische of administratieve beoordeling van de economische activiteiten van een persoon genaamd Marinus (en de getuigenis van een zekere De Ruiter). De kern van de zaak is of Marinus in de jaren 1939-1940 rechtmatig ("bona fide") optrad als kleinhandelaar in vis.

De auteur concludeert dat er onvoldoende bewijs is (geen boekhouding) om vast te stellen dat hij daadwerkelijk als zodanig werkzaam was. Desondanks adviseert de schrijver om geen vervolging in te stellen tegen Marinus in Rotterdam ("R’dam") met betrekking tot de viskwestie. De afkorting "i. m. i. m." staat vermoedelijk voor een ietwat pleonastisch "in mijne inziens" of een vergelijkbare ambtelijke formule.

Historische Context

Dit document lijkt deel uit te maken van een onderzoek naar economische delicten, zwarte handel of de rechtmatigheid van handel drijven tijdens de vroege oorlogsjaren of de periode direct daarna. Tijdens de Duitse bezetting en de wederopbouw was de handel in schaarse goederen (zoals vis) streng gereguleerd. De controle op "marktgeld" en het bijhouden van een deugdelijke "boekhouding" waren essentieel om aan te tonen dat men geen illegale handel dreef. Het document is een besluit om een specifiek opsporingsonderzoek in Rotterdam te staken.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6