Conceptbrief (ambtelijke correspondentie)
Origineel
Conceptbrief (ambtelijke correspondentie) 24 mei 1943 Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling belast met distributie/marktwezen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam C o n c e p t . VD/HB.
Vischverdeeling. Amsterdam, 24 Mei 1943.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In haar vergadering van 13 Mei jl. heeft de Verdeelingscommissie van visch met meerderheid van stemmen op een verzoek van S.C. Marinus Jr, wonende Noordermarkt 6 III, om hem alsnog in de vischverdeeling op te nemen, afwijzend beschikt, en wel met de volgende motiveering.
Na het uitbreken van den oorlog is Marinus Jr. in het geheel niet meer in den vischhandel werkzaam geweest; hij is gedurende dien tijd chauffeur geweest voor een firma in Duitschland en heeft ontslag gekregen in verband met de gezondheidstoestand van zijn vrouw. Voor den oorlog was hij wel in den vischhandel werkzaam, doch vrijwel niet als zelfstandig kleinhandelaar. Hij was knecht bij de kleinhandelaren [handgeschreven: en] P.Vrees, Schindeler en bij de groothandelaren Wijnschenk en P.de Ruyter. Bij groote aanvoeren van laatstgenoemde heeft hij des middags wel eens met visch gevent; volgens de ventadministratie te mijnen kantore is Marinus Jr. evenwel nimmer in het bezit van een ventvergunning geweest.
De Verdeelcommissie neemt in het algemeen het standpunt in, dat kleinhandelaren, die sedert jaren(b.v.de oorlogsjaren) niet meer in den vischhandel zijn geweest en die thans in de verdeeling wenschen te worden opgenomen, moeten worden geweerd. Zij wijst erop, dat indien dit standpunt niet zou worden ingenomen, steeds nieuwe gevallen zich zullen voordoen van personen, die zich erop beroepen vroeger in den vischhandel te zijn geweest. De verdeeling is nu al eenige jaren aan den gang en men is van meening, dat het thans langzamerhand totm een definitieve vaststelling van het koopliedencorps is gekomen. Slechts in gevallen, dat kan worden aangetoond, dat men jarenlang door ziekte niet in staat is geweest om met visch te handelen, zou de Commissie van dit standpunt willen afwijken.
Wij kunnen ons met een en ander vereenigen en wij zouden U willen verzoeken hieraan ook Uwe goedkeuring te willen hechten.
Het verzoek van Marinus zou normaal zeker niet voor inwilliging in aanmerking kunnen komen, gelet op het advies der * Bureaucratische uitsluiting: De kern van het document is de weigering om S.C. Marinus Jr. (opnieuw) te erkennen als visboer. De argumenten zijn strikt formeel: hij was voor de oorlog slechts "knecht" (geen zelfstandige), had nooit een officiële ventvergunning, en is tijdens de oorlog uit het vak gestapt.
* Arbeid in Duitsland: Interessant is de vermelding dat de betrokkene chauffeur was in Duitsland. Hoewel dit vaak in het kader van de Arbeitseinsatz gebeurde, wordt het hier puur zakelijk gebruikt als bewijs dat hij "niet meer in den vischhandel werkzaam geweest" is.
* Consolidatie van de markt: De commissie streeft naar een "definitieve vaststelling van het koopliedencorps". In tijden van schaarste en distributie wilde men het aantal actoren op de markt beperken en bevriezen om de controle te behouden.
* Taalfouten en correcties: In de tekst staat een duidelijke typfout ("totm" in plaats van "tot"). Tevens zijn er handgeschreven correcties aangebracht (het schrappen van de 'r' in kleinhandelaar en het invoegen van 'en' om er meervoud van te maken). Dit document stamt uit mei 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland en de daarmee gepaard gaande schaarste hun dieptepunt naderden. Voedsel, waaronder vis, was strikt gerantsoeneerd. De "Verdeelingscommissie van visch" was een orgaan dat toezag op de toewijzing van handelsrechten en voorraden.
Door de distributie was de vrije handel nagenoeg verdwenen. Wie niet op de officiële lijsten stond, had geen toegang tot legale voorraden en mocht dus niet verkopen. De angst van de commissie voor "steeds nieuwe gevallen" toont aan dat veel mensen die hun werk waren kwijtgeraakt, probeerden via de levensmiddelenhandel in hun levensonderhoud te voorzien. De overheid hield deze 'nieuwkomers' echter stelselmatig buiten de deur om de gevestigde orde te beschermen en de distributie overzichtelijk te houden.