Archiefdocument
Origineel
Omstreeks 1941-1945 (Tweede Wereldoorlog). -2-
Commissie, namelijk, dat hij ook voor den oorlog vrijwel niet in den kleinhandel in visch is werkzaam geweest, doch wij meenen, dit verzoek toch speciaal onder Uw aandacht te moeten brengen, aangezien Marinus verleden jaar, toen hij ook heeft getracht in de verdeeling te worden opgenomen, met verschillende Duitsche instanties ^(o.a. de Sicherheitsdienst) heeft gedreigd en ~~ook nu weer~~ ^(zich) schijnt hij zich aldus te hebben ~~uitgelaten.~~ ^(in dezen geest heeft uitgelaten, houdt het ons gewenscht voor u bij voorbaat van zijn wezen op de hoogte te brengen. Het verzoek van Marinus is daarom door de eerste commissie afgewezen.)
De Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden,
De Directeur, Dit document is de tweede pagina van een ambtelijk schrijven betreffende een vergunning of toewijzing in de visdetailhandel. De kern van de tekst is een waarschuwing tegen een persoon genaamd Marinus.
De tekst bevat twee belangrijke argumenten om Marinus te weigeren:
1. Economisch: Hij was vóór de oorlog niet werkzaam in deze sector (wat destijds vaak een voorwaarde was voor distributievergunningen).
2. Politiek/Veiligheid: Hij heeft geprobeerd zijn zin door te drijven door te dreigen met Duitse instanties, specifiek de Sicherheitsdienst (SD).
De handgeschreven wijzigingen verscherpen de toon van de brief. De toevoeging dat de adviseur het "gewenscht" vindt om de geadresseerde "van zijn wezen [zijn karakter/aard] op de hoogte te brengen," wijst erop dat Marinus als een gevaarlijk of onbetrouwbaar persoon werd beschouwd die de bezettingsmacht gebruikte als pressiemiddel tegen lokale ambtenaren. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Lokale distributiekantoren en adviseurs moesten beslissen wie recht had op handelsvergunningen. Dit proces was vaak een mijnenveld: ambtenaren moesten enerzijds de regels handhaven en anderzijds omgaan met individuen die collaboreerden of dreigden met de Duitse bezetter (zoals de SD) om persoonlijke voordelen te verkrijgen.
De vermelding van de Sicherheitsdienst is cruciaal; dit was de inlichtingendienst van de SS, die berucht was om arrestaties en deportaties. Iemand die hiermee dreigde, werd door de lokale overheid gezien als een groot risico voor de openbare orde en de integriteit van de Nederlandse administratie.