Archief 745
Inventaris 745-267
Pagina 332
Dossier 4
Jaar 1939
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.

Vrijdag 29 september 1939.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. Vrijdag 29 september 1939. [Kop links:]
№ 1/83/1 M. 1939 9/10
No.621 P.W.1939.
776 [?] 1939.

[Kop rechts:]
Marktbw
Instelling van een Commissie, die Burgemeester en Wethouders zal adviseeren met betrekking tot verzoeken van aannemers om een hoogere betaling dan waarvoor het werk is gegund, in verband met de bijzondere omstandigheden.

[Centraal:]
Gezien [Paraaf]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 29 September 1939.

De Wethouder voor de Publieke Werken herinnert Burgemeester en Wethouders aan de besprekingen:
1o in de vergadering van 15 dezer, waarna besloten werd, zich in beginsel bereid te verklaren om, indien na onderzoek blijkt, dat de sommen, waarvoor de aannemers vóór het uitbreken van den oorlog werken hebben aangenomen, als gevolg van den oorlog geacht kunnen worden, niet meer in overeenstemming te zijn met de verhooging, die de prijzen van verschillende materialen hebben ondergaan, die aannemers in de daardoor door hen te lijden schade op redelijke wijze tegemoet te komen, doch dat elk geval op zichzelf zal worden bezien;
2o in de vergadering van 22 September j.l., waarna besloten werd een soortgelijke Commissie als destijds bij hun besluit van 14 October 1936, No.689 P.W.1936 werd ingesteld, in verband met de kwesties, die zich voordeden ten gevolge van de gewijzigde monetaire verhoudingen, in het leven te roepen.
De Wethouder voornoemd deelt vervolgens mede:
dat de Commissie voor de monetaire moeilijkheden als volgt was samengesteld:
tot lid tevens Voorzitter: de Burgemeester, en tot leden:
de Directeur der Publieke Werken;
een door den Wethouder voor de Gemeentebedrijven aan te wijzen bedrijfsdirecteur, hiervoor werd aangewezen de Directeur der Gemeente-electriciteitswerken Mr.W.H.L. Haitink;
een door den Wethouder voor de Financiën aan te wijzen ambtenaar bij zijn afdeeling; hiervoor werd aangewezen de accountant H.van Buuren, en dat aan deze Commissie waren toegevoegd de leider van het Bureau tot bestrijding van de werkloosheid Ir.E. de Kruyff en een ambtenaar van de afdeeling Publieke Werken als secretaris;
dat de in te stellen Commissie tot taak zal dienen te hebben Burgemeester en Wethouders te adviseeren met betrekking tot verzoeken van aannemers, om een hoogere betaling dan waarvoor het werk is gegund, op welke betaling zij uit hoofde van de uit den oorlog voortvloeiende gevolgen meenen aanspraak te kunnen maken, en dat het gewenscht is, dat de laatstbedoelde Commissie op dezelfde wijze te werk gaat als de Commissie voor de monetaire moeilijkheden, die contact zocht met de aannemersbonden en de bonden van leveranciers, alsmede met de Regeering.
Op voorstel van den Wethouder voor de Publieke Werken wordt door de vergadering - lettende op de rapporten van den Directeur der Publieke Werken, dd.14 September 1939, No.9339/Doss.10108 Secr. en dd.20 September d.a.v., No.9524/Doss.10108 Secr. - besloten:
I. een Commissie in te stellen, die Burgemeester en Wethouders zal adviseeren met betrekking tot verzoeken van aannemers om een hoogere betaling dan waarvoor het werk is gegund, op welke betaling zij uit hoofde van de uit den oorlog voortvloeiende gevolgen meenen aanspraak te kunnen maken;
II. te benoemen tot lid tevens Voorzitter van de onder I genoemde Commissie:
den Burgemeester;
tot leden:
den Directeur der Publieke Werken,
een door den Wethouder voor de Gemeentebedrijven aan te wijzen bedrijfsdirecteur,
een door den Wethouder voor de Financiën aan te wijzen ambtenaar bij zijn afdeeling, Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse college van B&W, opgesteld enkele weken na de Duitse inval in Polen (1 september 1939), wat het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde.

De kern van het besluit is de erkenning dat de oorlog direct geleid heeft tot een sterke stijging van de prijzen voor bouwmaterialen. Aannemers die vóór de oorlog contracten hadden getekend tegen vaste prijzen, kwamen hierdoor in de financiële problemen. De gemeente Amsterdam toont zich hier een pragmatisch opdrachtgever: om te voorkomen dat lopende projecten stilvallen of aannemers failliet gaan, is zij bereid om "op redelijke wijze" tegemoet te komen aan claims voor hogere betalingen.

Er wordt een commissie ingesteld om deze verzoeken per geval te beoordelen. De samenstelling is breed: de Burgemeester (voorzitter), de directeur Publieke Werken, een directeur van een gemeentebedrijf (Haitink van de elektriciteitswerken), een accountant van Financiën (Van Buuren) en een expert op het gebied van werkloosheidsbestrijding (De Kruyff). Deze laatste toevoeging suggereert dat de gemeente ook het sociale aspect — het behoud van werkgelegenheid in de bouw — zwaar liet meewegen. De historische context is die van de "Schemeroorlog" of Phoney War. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en niet bezet, waren de economische gevolgen van de wereldbrand direct voelbaar. De internationale handel stagneerde en de schaarste aan grondstoffen dreef de prijzen op.

Interessant is de verwijzing naar de "monetaire moeilijkheden" van 1936. Dit refereert aan de devaluatie van de Nederlandse gulden in september 1936, nadat Nederland als een van de laatste landen de gouden standaard losliet. Ook toen moest de gemeente een commissie in het leven roepen om contracten met aannemers te herzien vanwege de plotselinge waardeverandering van de munt. Het besluit van 1939 bouwt dus voort op een bestaand bureaucratisch precedent voor crisismanagement.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse college van B&W, opgesteld enkele weken na de Duitse inval in Polen (1 september 1939), wat het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde.

De kern van het besluit is de erkenning dat de oorlog direct geleid heeft tot een sterke stijging van de prijzen voor bouwmaterialen. Aannemers die vóór de oorlog contracten hadden getekend tegen vaste prijzen, kwamen hierdoor in de financiële problemen. De gemeente Amsterdam toont zich hier een pragmatisch opdrachtgever: om te voorkomen dat lopende projecten stilvallen of aannemers failliet gaan, is zij bereid om "op redelijke wijze" tegemoet te komen aan claims voor hogere betalingen.

Er wordt een commissie ingesteld om deze verzoeken per geval te beoordelen. De samenstelling is breed: de Burgemeester (voorzitter), de directeur Publieke Werken, een directeur van een gemeentebedrijf (Haitink van de elektriciteitswerken), een accountant van Financiën (Van Buuren) en een expert op het gebied van werkloosheidsbestrijding (De Kruyff). Deze laatste toevoeging suggereert dat de gemeente ook het sociale aspect — het behoud van werkgelegenheid in de bouw — zwaar liet meewegen.

Historische Context

De historische context is die van de "Schemeroorlog" of Phoney War. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en niet bezet, waren de economische gevolgen van de wereldbrand direct voelbaar. De internationale handel stagneerde en de schaarste aan grondstoffen dreef de prijzen op.

Interessant is de verwijzing naar de "monetaire moeilijkheden" van 1936. Dit refereert aan de devaluatie van de Nederlandse gulden in september 1936, nadat Nederland als een van de laatste landen de gouden standaard losliet. Ook toen moest de gemeente een commissie in het leven roepen om contracten met aannemers te herzien vanwege de plotselinge waardeverandering van de munt. Het besluit van 1939 bouwt dus voort op een bestaand bureaucratisch precedent voor crisismanagement.

Kooplieden in dit dossier 33

K. Kol 761
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
M. Reinders 10676
Gr. Brittannië
Januari 1937 -
J. Hartgers 1225.-
Uitgaven tot fob. 950.-
N. Afrika
Vereenigde Staten 1936-'37
Vereenigde Staten 5.9%
V. Amerika 72.766
S.V. 14544
Alle 33 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4