Brief (Concept/klad) betreffende een huuraangelegenheid.
Origineel
Brief (Concept/klad) betreffende een huuraangelegenheid. 29 maart 1939 (met kanttekening 30/3/39). [Linksboven in rood potlood:] 5 voorl.
[Linksboven:]
Concept
64/17/2
Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling no. A5
C.M.
[Rechtsboven:]
A’dam, 29 Maart 1939.
30/3/39 48
W.L.M. [?]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een d.d. 28 Maart jl. door M. van Cleef, huurder van pakhuisafdeeling no. A5 op de C.M., aan mij gerichten brief. Van Cleef heeft de bedoelde pakhuisafdeeling laatstelijk m.i.v. 1 Maart jl. opnieuw ingehuurd voor één jaar, dus tot en met 28 Februari 1940.
Hij deelde mij mede, dat hij zoo lang mogelijk heeft getracht om in de pakhuisafdeeling, waar hij ook het vorige jaar reeds gevestigd was, te blijven, doch dat hij thans niet meer in staat is om den [doorgehaald: overeengekomen] huurprijs van f 100,— per maand te betalen. Hij zou m.i.v. 1 April a.s. een open plaats buiten de hal (voor f 30,— per kalendermaand) willen bezetten, teneinde te trachten [doorgehaald: zijn zaken] toch op de markt gevestigd [onderste regel weggevallen/onleesbaar, vermoedelijk: te blijven]. Het document is een ambtelijk concept waarin melding wordt gemaakt van een financiële problematiek bij een handelaar op de Centrale Markthallen (C.M.) in Amsterdam. De huurder, M. van Cleef, heeft net een nieuw jaarcontract getekend voor een pakhuis (A5), maar realiseert zich binnen een maand dat de lasten van 100 gulden per maand te zwaar zijn.
De brief toont een verzoek tot neerwaartse aanpassing: Van Cleef wil het pakhuis opgeven en in plaats daarvan een "open plaats" buiten de hal huren voor 30 gulden per maand. Dit is een aanzienlijke kostenbesparing (70%) die noodzakelijk wordt geacht om zijn bedrijfsvoering op de markt voort te kunnen zetten. De toon van de brief is formeel en zakelijk, waarbij de administratieve logica (het lopende contract tot 1940) wordt afgezet tegen de economische realiteit van de huurder. De Centrale Markthallen (C.M.) aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam fungeerden vanaf 1934 als het centrale punt voor de voedseldistributie in de stad. Het was een streng gereguleerd terrein waar handelaren ruimtes en pakhuizen huurden van de gemeente.
De datum van het document, maart 1939, is historisch relevant. Nederland bevond zich in de laatste fase van de economische crisis van de jaren '30 en de politieke spanningen in Europa liepen op. Voor kleine handelaren waren vaste lasten van 100 gulden (omgerekend naar koopkracht nu ongeveer €1.000 tot €1.200) een aanzienlijk bedrag. De bereidheid van de marktdirectie om dergelijke verzoeken in overweging te nemen, was essentieel voor het behoud van de levendigheid van de markt en de werkgelegenheid van de handelaren.