Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 40
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie.

5 mei 1939. Van: De Directeur van het Marktwezen. Aan: Den Heer J. Bekker, Centrale Markt A 5, Amsterdam-West. Dossier: 64/20/2

Origineel

Officiële brief/correspondentie. 5 mei 1939. De Directeur van het Marktwezen. Den Heer J. Bekker, Centrale Markt A 5, Amsterdam-West. Handgeschreven (potlood):
verzonden 5/5

DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

AMSTERDAM-West, 5 Mei 1939.
Jan van Galenstraat 14.

AAN
No.64/20/2 M.
den Heer J. Bekker,
Centrale Markt A 5,
Amsterdam-West.

In bylage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.

Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlyk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zyn.

Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder myn schriftelyke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vooraf met my te verstaan.

De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een huurder (J. Bekker) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is drieledig:
1. Formele overdracht: Het toesturen van het officieel geregistreerde huurcontract voor een pakhuisruimte.
2. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op zijn wettelijke plicht (conform het toenmalige Burgerlijk Wetboek) om klein onderhoud en reparaties aan zaken als ruiten en sloten zelf te bekostigen.
3. Regulering van uitingen: Er wordt nadrukkelijk herinnerd aan het verbod op het ongeautoriseerd plaatsen van reclameborden of aankondigingen op het gehuurde pand.

De schrijfstijl is formeel-ambtelijk ("In bylage dezes", "heb ik de eer U", "te verstaan") en de spelling hanteert de 'y' waar we tegenwoordig 'ij' gebruiken (bylage, Burgerlyk, zyn, myn), wat typerend is voor de administratieve standaard van die tijd. Deze brief dateert van mei 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, de Jan van Galenstraat 14, is het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend om de voedseldistributie voor de groeiende stad te centraliseren.

De brief illustreert de strikte regie die de gemeente Amsterdam voerde over de Centrale Markt. Men wilde voorkomen dat het marktterrein een ongeorganiseerde aanblik zou krijgen door wildgroei aan reclame-uitingen, en legde de verantwoordelijkheid voor het dagelijks onderhoud van de pakhuisruimtes direct bij de ondernemers neer. De verwijzing naar Artikel 1619 van het oud Burgerlijk Wetboek (nu grotendeels opgegaan in Boek 7) was de standaard juridische basis voor de verdeling van onderhoudskosten tussen huurder en verhuurder. J. Bekker M. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De brief is een zakelijke mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een huurder (J. Bekker) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is drieledig:
1. Formele overdracht: Het toesturen van het officieel geregistreerde huurcontract voor een pakhuisruimte.
2. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op zijn wettelijke plicht (conform het toenmalige Burgerlijk Wetboek) om klein onderhoud en reparaties aan zaken als ruiten en sloten zelf te bekostigen.
3. Regulering van uitingen: Er wordt nadrukkelijk herinnerd aan het verbod op het ongeautoriseerd plaatsen van reclameborden of aankondigingen op het gehuurde pand.

De schrijfstijl is formeel-ambtelijk ("In bylage dezes", "heb ik de eer U", "te verstaan") en de spelling hanteert de 'y' waar we tegenwoordig 'ij' gebruiken (bylage, Burgerlyk, zyn, myn), wat typerend is voor de administratieve standaard van die tijd.

Historische Context

Deze brief dateert van mei 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, de Jan van Galenstraat 14, is het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend om de voedseldistributie voor de groeiende stad te centraliseren.

De brief illustreert de strikte regie die de gemeente Amsterdam voerde over de Centrale Markt. Men wilde voorkomen dat het marktterrein een ongeorganiseerde aanblik zou krijgen door wildgroei aan reclame-uitingen, en legde de verantwoordelijkheid voor het dagelijks onderhoud van de pakhuisruimtes direct bij de ondernemers neer. De verwijzing naar Artikel 1619 van het oud Burgerlijk Wetboek (nu grotendeels opgegaan in Boek 7) was de standaard juridische basis voor de verdeling van onderhoudskosten tussen huurder en verhuurder.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6