Archiefdocument
Origineel
21 april 1939. De Directeur van de Centrale Markt (ondertekend in handschrift, mogelijk "M. Müller"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [In handschrift:] M. Müller [?]
vD/HG.
64Ø22/2 M.
21 April 1939.
Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling E no.3
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat T. Schot-
vanger, Joos de Moorstraat 23, die pakhuisafdeeling No. E 3
op de Centrale Markt heeft gehuurd voor den tijd van één
jaar, namelijk van 1 Januari tot en met 31 December 1939,
voor den prijs van f 800,- sedert enkele dagen de Centrale
Markt niet meer bezoekt, aangezien hij geen handel meer
heeft. Schotvanger heeft thans verzocht, om met ingang van
1 Mei a.s. van de verplichtingen van het huurcontract te
worden ontheven. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij bil-
lijk, aangezien Schotvanger in ongunstige financieele om-
standigheden verkeert en niet in staat is om den huurprijs
te blijven betalen; hij is aan mijn dienst over de maand
Maart nog f 16,66 en over April f 66,67 huur schuldig.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken, wel te wil-
len bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders wordt
besloten om het vorenbedoelde huurcontract met ingang van
1 Mei 1939 te ontbinden.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin de directeur van de Centrale Markt adviseert om een lopend huurcontract voortijdig te beëindigen. De kernpunten zijn:
- De Huurder: T. Schotvanger, woonachtig aan de Joos de Moorstraat 23.
- Het Object: Pakhuisafdeling E no. 3 op de Centrale Markt.
- De Aanleiding: De huurder heeft "geen handel meer" en bezoekt de markt niet meer. Hij bevindt zich in een precaire financiële situatie ("ongunstige financieele omstandigheden").
- Financiële status: Er is een huurachterstand van in totaal f 83,33 over de maanden maart en april. De jaarhuur bedroeg f 800,-.
- Advies: De directeur adviseert om het verzoek tot ontbinding per 1 mei 1939 in te willigen op grond van billijkheid, aangezien verdere betaling door de huurder onmogelijk is. Het document dateert van april 1939, de late jaren dertig vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Joos de Moorstraat bevindt zich in Amsterdam-West, nabij de Centrale Markthallen (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat).
De brief illustreert de economische kwetsbaarheid van kleine handelaren in die periode. Het toont tevens de bureaucratische weg: hoewel de directeur van de markt de dagelijkse gang van zaken beheerde, moest de formele ontbinding van contracten via de Wethouder voor Levensmiddelen door het College van Burgemeester en Wethouders worden bekrachtigd. Het taalgebruik is uiterst hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken"), passend bij de ambtelijke etiquette van die tijd.