Ambtelijk schrijven / Dienstbrief
Origineel
Ambtelijk schrijven / Dienstbrief 22 mei 1939 (Verzonden: 23 mei 1939) De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt) [Linksboven, getypt:]
64/24/3 M.
[Rechtsboven, handgeschreven:]
m. Müller
m. Broese
[Rechtsboven, getypt:]
vP/G.
[Midden boven, handgeschreven diagonaal:]
Verzonden 23/5
[Rechts, getypt:]
22 Mei 1939.
[Links, onderstreept:]
Ontheffing huurcontract
ten name van J.Moos.
[Rechts midden:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Tekstlichaam:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.Moos, die op de Centrale Markt heeft gehuurd pakhuisafdeeling no. D 24 voor de periode van 1 Februari 1939 tot 31 Januari 1940, schriftelyk heeft verzocht om van zyn verplichtingen uit dat huurcontract te worden ontslagen. Moos is tevens gevestigd in pakhuisafdeeling A 9, welk laatste pakhuis hy tesamen met den grossier B.A.Pouw in huur heeft voor de periode van 1 Januari 1939 tot 31 December 1939. Hy huurde afdeeling no.D 24 erby, omdat het zyn bedoeling was, dat zyn zoon daarin de zaken zou dryven. Deze zoon blykt evenwel ongeschikt te zyn om zelfstandig zaken te doen, zoodat Moos hem weer in pakhuis A 9 onder zyn toezicht laat werken. Hy heeft de afdee-ling D 24 sedert 1 Mei jl. niet meer in gebruik, weshalve ik U, overeenkomstig zyn verzoek, beleefd in overweging geef wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders het met J.Moos gesloten huurcontract terzake van pakhuisafdeeling no.D 24 gerekend te zijn ingegaan 1 Mei 1939 wordt ontbonden.
[Rechtsonder:]
De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in het voor-oorlogse Nederlands met de toen gangbare spelling (bijv. "schriftelyk", "zyn", "dryven", "blykt"). De toon is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging geef").
* Inhoud: De kern van de brief is een zakelijk verzoek om contractontbinding. J. Moos heeft een extra pakhuis (D 24) gehuurd voor zijn zoon, maar omdat de zoon niet in staat blijkt zelfstandig te ondernemen, wil de vader het contract stopzetten. De zoon keert terug naar het oorspronkelijke pakhuis (A 9) om onder vaderlijk toezicht te werken.
* Administratieve sporen: De handgeschreven aantekeningen ("Verzonden 23/5" en de namen rechtsboven) duiden op het interne proces binnen de gemeentelijke administratie. De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden'. * Historisch kader: Het document dateert van mei 1939, minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode functioneerde het Amsterdamse stadsbestuur en de handelswereld nog volgens de normale structuren.
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 werden geopend. Het was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.
* Sociaal-economisch: De brief geeft een menselijk inkijkje in de familieverhoudingen binnen de handel: een vader die investeert in de toekomst van zijn zoon, maar moet interveniëren als dit niet slaagt. De naam "J. Moos" komt veel voor in de Joodse gemeenschap van Amsterdam uit die tijd; veel Joodse handelaren waren actief op de Centrale Markt. Gezien de datum is dit een document uit de laatste periode van relatieve vrijheid voor deze groep ondernemers.