Officiële brief / Dienstcorrespondentie.
Origineel
Officiële brief / Dienstcorrespondentie. 13 mei 1939. De Directeur (van de Centrale Markt), Amsterdam. Getekend door M. Muller. [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Muller
[Linksboven, getypt:]
HG.
64/26/1 M.
n 2
[Rechts, getypt:]
13 Mei 1939.
[Inspringend naar rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract
in duplo te doen geworden ten name van J.Leurink betreffen-
de huur van pakhuisafdeeling no. C 14 op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit con-
tract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en
mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan
voor registratie worden zorggedragen.
[Rechtsonder:]
De Directeur, De brief is een formeel administratief schrijven met een procedureel karakter. De kern van de zaak is de formalisering van een huurovereenkomst tussen de gemeente (als eigenaar/beheerder van de Centrale Markt) en een private partij, de heer J. Leurink.
Opvallende punten:
* Hiërarchie: De directeur van de markt communiceert met de wethouder, die als intermediair dient om de handtekening van de Burgemeester te verkrijgen. Dit wijst op de strikte ambtelijke paden van die tijd.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is zeer hoffelijk en formeel ("heb ik de eer", "moge U beleefd verzoeken", "dezerzijds"), wat typerend is voor de vooroorlogse bestuurlijke correspondentie.
* Administratieve nauwkeurigheid: Het contract wordt "in duplo" (in tweevoud) verzonden en er wordt expliciet melding gemaakt van de noodzaak tot "registratie" na ondertekening. Het document dateert van mei 1939. In deze periode was de Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) het kloppend hart van de voedseldistributie voor de hoofdstad. De markt was in 1934 geopend als modern alternatief voor de verspreide markten in de stad.
De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was cruciaal voor het beheer van deze markt en de algemene voedselvoorziening. Hoewel de brief een routineuze handeling betreft (de verhuur van een pakhuisruimte), is de datum saillant: het is slechts vier maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en precies één jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode begon de overheid al met het treffen van voorbereidingen voor mogelijke schaarste en distributie, waarbij de infrastructuur van de Centrale Markt van essentieel belang zou blijken. De ondertekening door de Burgemeester (destijds Willem de Vlugt) bevestigt de status van de markt als gemeentelijk vastgoed van groot publiek belang.