Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier. 21 december 1939 (genoteerd als 21/12-39 bij 'Doorgezonden'). [Koptekst]
n.v. Th. Sixma
BIJBLAD VAN:
M. No. 1/94/1 193 9
DOORGEZONDEN: 21/12-39.
[Linker marge]
Lage vraag
van A'dam
niet bewezen.
[Hoofdtekst]
In Nederland ± 62 lagere landbouwscholen
In naaste omgeving Amsterdam:
Alphen a/d Rijn
Woerden
Purmerend
Hoorn
Is gezien geringe afstand van Purmerend, school in
Zaandam noodig?? Kan Purmerend niet uitbreiden?
Bovendien ligt voor een groot gedeelte van
het landbouwgebied rondom Amsterdam,
Purmerend niet ongunstiger dan Zaandam.
Afgezien van dit alles schijnt, gezien gering aantal
leerlingen uit A'dam, dat cursussen Zaandam bezoekt,
belang voor Amsterdam niet groot. Bovendien
de vraag of t.a.v. de leergang A'dam de
bestaande toestand niet aan de behoefte voldoet.
Het is niet uitgesloten, dat te eeniger tijd t.a.v.
het Amsterdamsche landbouwgebied behoefte aan
lager landbouw onderwijs zou doen gevoelen. Maar * Onderwerp: De notitie betreft een advies of overweging over de noodzaak voor de stichting van een nieuwe lagere landbouwschool in Zaandam.
* Argumentatie: De schrijver zet vraagtekens bij het nut van een school in Zaandam. De belangrijkste argumenten zijn:
1. Er zijn reeds voldoende scholen in de regio (Purmerend, Hoorn, etc.).
2. Purmerend is geografisch gezien een prima alternatief voor het landbouwgebied rond Amsterdam.
3. De huidige interesse vanuit Amsterdamse leerlingen voor cursussen in Zaandam is gering.
4. Het is onduidelijk of de huidige voorzieningen ("toestand") tekortschieten.
* Conclusie: Hoewel er in de toekomst wellicht behoefte kan ontstaan, is de huidige noodzaak niet aangetoond. De kantlijnnotitie ("Lage vraag van A'dam niet bewezen") vat de scepsis van de auteur kernachtig samen. Dit document stamt uit december 1939, een periode waarin het beroepsonderwijs in Nederland in ontwikkeling was, maar ook vlak voor de Duitse inval. Het geeft een inkijkje in de ambtelijke besluitvorming rondom de spreiding van agrarisch onderwijs. In die tijd was de 'Lagere Landbouwschool' essentieel voor de zonen van boeren om vakgerichte kennis op te doen. De discussie over de locatie (Zaandam vs. Purmerend) weerspiegelt de zorgvuldige afweging van overheidsmiddelen en regionale behoefte in de vooroorlogse bureaucreatie.