Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 14 juli 1939. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (Jan van Galenstraat 14). (Handgeschreven met potlood: Verzonden 14/7)
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
AMSTERDAM-West, 14 Juli 1939
Jan van Galenstraat 14.
AAN
den Heer A.F.Kitsz,
Centrale Markt D 6,
Amsterdam-West.
No.64/35/5 M.
In bylage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlyk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zyn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder myn schriftelyke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vooraf met my te verstaan.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling van de Directie van het Marktwezen te Amsterdam aan een huurder, de heer A.F. Kitsz. De kern van de brief is de toezending van een officieel geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt.
De directeur wijst de huurder expliciet op twee belangrijke contractuele en wettelijke verplichtingen:
1. Onderhoud: De huurder is verantwoordelijk voor kleine reparaties (zoals aan rolluiken en ruiten) op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek.
2. Reclame: Het is niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming borden of reclame-uitingen aan te brengen op het gehuurde pand.
De taal is formeel ("heb ik de eer U", "beleefd rekening te houden") en hanteert de spelling van vóór de hervorming van 1947 (bijv. "reparatiën", "myn", "zyn", "noodig"). Het document dateert van juli 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) aan de Jan van Galenstraat was destijds een modern complex, geopend in 1934, bedoeld om de voedseldistributie in de stad te centraliseren en te professionaliseren.
Deze brief geeft inzicht in het strakke beheer van de gemeente Amsterdam over de marktterreinen. De heer Kitsz was vermoedelijk een groothandelaar die een van de pakhuissecties (unit D 6) huurde voor de opslag en verhandeling van zijn goederen. De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek toont de juridische inkadering van de huurverhouding in die tijd. A.F. Kitsz Kitsz was (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen