Archief 745
Inventaris 745-267
Pagina 366
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.

7 december 1939. Van: Vermoedelijk een afdelingshoofd of adviseur binnen de gemeente Amsterdam (gezien de adressering "Alhier").

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 7 december 1939. Vermoedelijk een afdelingshoofd of adviseur binnen de gemeente Amsterdam (gezien de adressering "Alhier"). [Linksboven, getypt:]
vP/DV.

1/94/3 M.

[Rechtsboven, handgeschreven in pen:]
I.v. m. Diemen

[Midden, handgeschreven stempel/notitie:]
Verzonden 7/12-39.

[Rechtsboven, getypt:]
7 December 1939.

[Linksboven, onderwerp:]
Verzoek om adhaesie-
betuiging in verband met
stichting lagere landbouw-
school te Zaandam.

[Rechtsonder de datum, adressering:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.

[Body tekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 1 en 4 dezer om advies ontvangen stukken no. 967 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat in de naaste omgeving van Amsterdam, nl. te Purmerend, een lagere landbouwschool is gevestigd. Adressanten deelen dienaangaande mede, dat de toeloop naar die school de laatste jaren zóó groot was, dat een groot aantal adspirant-leerlingen moest worden afgewezen. Dit zou mijns inziens eerder uitbreiding der school te Purmerend, dan vestiging eener nieuwe school te Zaandam wettigen. De cijfers, die adressanten verder verstrekken, bewijzen op zich zelf reeds het geringe belang, dat Amsterdam bij hun plannen heeft: aan den loopenden cursus wordt door één leerling uit Amsterdam deelgenomen, terwijl drie leerlingen uit Sloterdijk (Gemeente Amsterdam) den cursus voor veeverloskunde volgen. Van het tot zich trekken van "een groot deel van de bevolking van het platteland van de gemeente Amsterdam", zooals de Directeur van het Melkcontrôlebureau "Amsterdam" in zijn zich onder de stukken bevindenden brief d.d. 29 November jl. (No. 14951) verwacht, zal, op bovenbedoelde cijfers afgaande, zeker geen sprake zijn.

Indien te eeniger tijd werkelijke behoefte aan een nieuwe lagere landbouwschool voor de Amsterdamsche bevolking zou blijken te bestaan, zou mijns inziens moeten worden overwogen een dergelijke school in Amsterdam zelf te vestigen. * Kernboodschap: De opsteller van de brief adviseert de wethouder negatief over het steunen van de oprichting van een landbouwschool in Zaandam.
* Argumentatie:
1. Bestaande voorzieningen: Er is al een school in Purmerend die kampt met overbezetting. Uitbreiding daar ligt meer voor de hand dan een nieuwe school in Zaandam.
2. Lage participatie: De huidige interesse vanuit Amsterdamse hoek is minimaal (slechts 1 leerling voor de reguliere cursus en 3 uit Sloterdijk voor veeverloskunde).
3. Weerlegging: De optimistische verwachting van de Directeur van het Melkcontrôlebureau dat veel Amsterdammers de school zouden bezoeken, wordt door de feitelijke cijfers onderuitgehaald.
4. Lokaal belang: Mocht er ooit wel behoefte zijn, dan dient de school in Amsterdam zelf te komen, niet in een buurgemeente. Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De brief geeft een inkijkje in de bestuurlijke verhoudingen en de zorg voor landbouwonderwijs in een tijd dat Amsterdam nog aanzienlijke agrarische gebieden binnen de gemeentegrenzen had (zoals de toenmalige gemeente Sloten/Sloterdijk en Amsterdam-Noord). Het "Melkcontrôlebureau" speelde indertijd een belangrijke rol in de kwaliteitsbewaking van de voedselvoorziening in de stad. De term "kantbrief" duidt op een officieel document waarbij de opdracht of vraag in de kantlijn was genoteerd. De handgeschreven notitie "I.v. m. Diemen" suggereert dat er wellicht een vergelijkbare kwestie speelde met betrekking tot Diemen.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De opsteller van de brief adviseert de wethouder negatief over het steunen van de oprichting van een landbouwschool in Zaandam.
  • Argumentatie:
    1. Bestaande voorzieningen: Er is al een school in Purmerend die kampt met overbezetting. Uitbreiding daar ligt meer voor de hand dan een nieuwe school in Zaandam.
    2. Lage participatie: De huidige interesse vanuit Amsterdamse hoek is minimaal (slechts 1 leerling voor de reguliere cursus en 3 uit Sloterdijk voor veeverloskunde).
    3. Weerlegging: De optimistische verwachting van de Directeur van het Melkcontrôlebureau dat veel Amsterdammers de school zouden bezoeken, wordt door de feitelijke cijfers onderuitgehaald.
    4. Lokaal belang: Mocht er ooit wel behoefte zijn, dan dient de school in Amsterdam zelf te komen, niet in een buurgemeente.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De brief geeft een inkijkje in de bestuurlijke verhoudingen en de zorg voor landbouwonderwijs in een tijd dat Amsterdam nog aanzienlijke agrarische gebieden binnen de gemeentegrenzen had (zoals de toenmalige gemeente Sloten/Sloterdijk en Amsterdam-Noord). Het "Melkcontrôlebureau" speelde indertijd een belangrijke rol in de kwaliteitsbewaking van de voedselvoorziening in de stad. De term "kantbrief" duidt op een officieel document waarbij de opdracht of vraag in de kantlijn was genoteerd. De handgeschreven notitie "I.v. m. Diemen" suggereert dat er wellicht een vergelijkbare kwestie speelde met betrekking tot Diemen.

Kooplieden in dit dossier 33

K. Kol 761
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
M. Reinders 10676
Gr. Brittannië
Januari 1937 -
J. Hartgers 1225.-
Uitgaven tot fob. 950.-
N. Afrika
Vereenigde Staten 1936-'37
Vereenigde Staten 5.9%
V. Amerika 72.766
S.V. 14544
Alle 33 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4