Getypte ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapportage. 14 augustus 1939. extra (handgeschreven)
VP/HG.
64/39/2 M.
14 Augustus 1939.
Klacht van S.Degen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 14 Juli jl. om advies ontvangen stukken no. 69/31 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat op adressant betrekking heeft het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 18 Maart 1938 (No. 49/2 L.M.1938), waarbij hem een bedrag van f 240,- is kwijtgescholden aan voor het kalenderjaar 1938 op de Centrale Markt verschuldigd plaatsgeld. Hij bleef uit dien hoofde nog f 27,- schuldig, welk bedrag hij thans, nu hij als kooper opnieuw tot de Centrale Markt wordt toegelaten, met f 1,50 per week moet afbetalen. De betaling moet geschieden tegelijk met die van het entréegeld, zoodat den adressant bij den aanvang van de tweede kalenderweek, waarin hij als kooper tot de markt wenschte te worden toegelaten, terecht tevens om betaling van f 1,50 werd gevraagd, hoewel de eerste afbetaling eerst in den loop der voorafgaande kalenderweek had plaats gehad, namelijk op het tijdstip, dat hij voor het eerst als kooper werd toegelaten.
De quitantie voor de bedoelde afbetaling berustte bij een der op de Centrale Markt dienstdoende contrôleurs, die met de inning was belast. Toen adressant derhalve had betaald, had hij op de quitantie kunnen wachten, totdat de bedoelde contrôleur op de markt was opgezocht; hij heeft er echter de voorkeur aan gegeven om zonder quitantie te vertrekken; tot De brief is een ambtelijk antwoord op een klacht van de heer S. Degen, waarschijnlijk een handelaar. Uit het document blijkt een conflict over de afbetaling van een schuld aan de gemeente Amsterdam (gezien de verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" en de "Centrale Markt").
Degen had een aanzienlijke schuld van 240 gulden aan staangeld kwijtgescholden gekregen, maar moest de resterende 27 gulden in termijnen van 1,50 gulden per week terugbetalen om weer als koper op de markt toegelaten te worden. De kern van het geschil lijkt te gaan over de timing van de betaling en het niet ontvangen van een kwitantie. De schrijver van de brief (vermoedelijk de marktmeester of een directeur van de markthallen) verdedigt het personeel door te stellen dat Degen zelf verkoos niet te wachten op zijn bewijs van betaling. Het document dateert van augustus 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische nasleep van de crisis van de jaren '30 is nog voelbaar, wat de noodzaak voor kwijtschelding van marktgeld verklaart. De "Centrale Markt" verwijst naar de in 1934 geopende Centrale Markthallen in Amsterdam-West, destijds de spil van de voedselvoorziening in de stad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post in die tijd, verantwoordelijk voor de distributie en betaalbaarheid van voedsel voor de Amsterdamse bevolking. S. Degen Gemeente Amsterdam