Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 201
Dossier 109
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

14 september 1939 (datumstempel ontvangst: 15 september 1939).

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 14 september 1939 (datumstempel ontvangst: 15 september 1939). [Linksboven:] Nº 64/47/1
[Midden boven, paars stempel:] M. 1939 15/9
[Rechtsboven:] 14 Sept 1939
[Aantekening rechtsboven:] gezien Mr Brouwer [?]

Weledel Heer

Daar ik wegens mobilisatie dienst-
plicht moest onder den wapens komen
en zoodoende niet in staat ben aan
mijn verplichtingen te voldoen
verzoek ik uw mij ontheffing te
verleenen van

a restant van contract van
plaatsengeld -

b restant van nog te betalen
marktgeld van af augustus j.l.

c restant waarde van toegangs-
kaart terugbetaling

d tevens om mijn plaats Nº 121
te mogen aanhouden zoodat
ik als de mobilisatie is af-
geloopen deze weer kan bezet-
ten daar ik dan toch weer
wil gaan marken 64/53 In deze brief verzoekt een marktkoopman om financiële clementie en zekerheid voor de toekomst. De schrijver is opgeroepen voor militaire dienst vanwege de mobilisatie en kan daardoor zijn beroep niet meer uitoefenen. Hij vraagt concreet om:
* Kwijtschelding van de resterende contractuele kosten voor zijn staanplaats (a en b).
* Teruggave van het resterende saldo op zijn toegangskaart (c).
* De garantie dat hij zijn specifieke staanplaats (nummer 121) mag behouden, zodat hij na zijn diensttijd direct weer aan het werk kan (d).

De toon is formeel en beleefd, passend bij een officieel verzoek aan een autoriteit in die tijd. De term "marken" aan het einde is een verouderde vorm voor het drijven van handel op de markt. Dit document stamt uit de begindagen van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, werd het Nederlandse leger eind augustus 1939 gemobiliseerd als reactie op de dreigende situatie in Europa (de Duitse inval in Polen vond plaats op 1 september 1939).

De brief illustreert de directe sociaal-economische impact van de mobilisatie op de gewone burger. Tienduizenden mannen moesten plotseling hun werk en gezin achterlaten om "onder de wapens" te gaan. Voor kleine zelfstandigen, zoals deze marktkoopman, betekende dit het onmiddellijk wegvallen van inkomsten terwijl de zakelijke lasten doorliepen. De overheid kreeg in deze periode veelvuldig te maken met dergelijke verzoeken om tegemoetkoming van burgers die door hun dienstplicht in financiële nood kwamen.

Samenvatting

In deze brief verzoekt een marktkoopman om financiële clementie en zekerheid voor de toekomst. De schrijver is opgeroepen voor militaire dienst vanwege de mobilisatie en kan daardoor zijn beroep niet meer uitoefenen. Hij vraagt concreet om:
* Kwijtschelding van de resterende contractuele kosten voor zijn staanplaats (a en b).
* Teruggave van het resterende saldo op zijn toegangskaart (c).
* De garantie dat hij zijn specifieke staanplaats (nummer 121) mag behouden, zodat hij na zijn diensttijd direct weer aan het werk kan (d).

De toon is formeel en beleefd, passend bij een officieel verzoek aan een autoriteit in die tijd. De term "marken" aan het einde is een verouderde vorm voor het drijven van handel op de markt.

Historische Context

Dit document stamt uit de begindagen van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, werd het Nederlandse leger eind augustus 1939 gemobiliseerd als reactie op de dreigende situatie in Europa (de Duitse inval in Polen vond plaats op 1 september 1939).

De brief illustreert de directe sociaal-economische impact van de mobilisatie op de gewone burger. Tienduizenden mannen moesten plotseling hun werk en gezin achterlaten om "onder de wapens" te gaan. Voor kleine zelfstandigen, zoals deze marktkoopman, betekende dit het onmiddellijk wegvallen van inkomsten terwijl de zakelijke lasten doorliepen. De overheid kreeg in deze periode veelvuldig te maken met dergelijke verzoeken om tegemoetkoming van burgers die door hun dienstplicht in financiële nood kwamen.

Gerelateerde Documenten 6