Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 218
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Memo

3 oktober 1939 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de Dienst voor het Marktwezen)

Origineel

Dienstbrief / Memo 3 oktober 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de Dienst voor het Marktwezen) [Rechtsboven, handgeschreven:]
1 ex. Hr. Brouw.
1 ex. Hr. Muller.

[Linksboven, getypt:]
VP/HG.

[Links, getypt:]
64/51/1 M.

[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 3/10-39

[Rechts, getypt:]
3 October 1939.

[Links, getypt:]
Intrekking Besluit kwijt-
schelding betaling marktgeld
aan tuinders.

[Rechts, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Hoofdtekst:]

Krachtens Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 15 Maart 1935 (No. 352 L.M.1935) wordt op gronden van Gemeentebelang kwijtschelding verleend van de betaling van marktgeld aan tuinders, die in den loop van een kalenderjaar ophouden hun plaats op de Centrale Markt te bezetten, omdat zij hun producten door de op die markt gevestigde veiling gaan verkoopen.

Het is uit een oogpunt van marktbelang, naar mijn meening, wenschelijk dit Besluit niet langer toe te passen. Eenige jaren geleden, bij de opening der markt, was het gewenscht ervoor te zorgen, dat ook de veiling over de noodige tuinders kon beschikken. Thans bestaat geen gevaar meer, dat niet voldoende tuinders hun producten ter veiling zouden zenden. Veeleer moet mijns inziens nu gelden, dat elke tuinder, die gaat veilen der Gemeente ƒ 100,- kost (ƒ 90,- plaatsgeld en ƒ 10,- entréegeld). Vandaar dat het veilen mijns inziens niet langer door een bijzondere kwijtschelding van marktgeld behoeft te worden aangemoedigd. De tuinders kunnen toch elk jaar op 1 Januari kiezen of zij willen gaan veilen of niet.

Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders bovenaangehaald Besluit d.d. 15 Maart 1935 wordt ingetrokken.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam. De directeur stelt voor om een financiële begunstiging voor tuinders stop te zetten. Sinds 1935 kregen tuinders kwijtschelding van hun marktgeld als ze halverwege het jaar besloten hun producten niet meer zelf op de markt te verkopen, maar via de centrale veiling.

De argumentatie is puur zakelijk en economisch:
1. Beleidsdoel bereikt: De oorspronkelijke prikkel was bedoeld om de veiling bij de start levensvatbaar te maken door voldoende aanbod te garanderen. Volgens de directeur is dat doel nu bereikt.
2. Inkomstenderving: Elke tuinder die overstapt naar de veiling met behoud van kwijtschelding kost de gemeente 100 gulden aan misgelopen inkomsten.
3. Keuzevrijheid: Er is een natuurlijk moment (1 januari) waarop tuinders hun verkoopmethode voor het komende jaar kunnen bepalen, waardoor tussentijdse kwijtschelding overbodig is. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) werden geopend in 1934. Het was een moderniseringsproject om de voedseldistributie in de stad te centraliseren en te reguleren. In de beginfase moest de gemeente actieve stimulansen geven om handelaren en tuinders weg te trekken van de oude, verspreide markten naar deze nieuwe locatie en de bijbehorende veiling.

De datum van de brief, oktober 1939, is historisch relevant. Nederland was op dat moment gemobiliseerd vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de buurlanden. Hoewel Nederland nog neutraal was, zorgde de oorlogsdreiging voor schaarste en een noodzaak tot strakke regie op de voedselvoorziening (vandaar de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen'). De behoefte om gemeentelijke inkomsten te optimaliseren en administratieve uitzonderingsregels te schrappen, past in de tijdsgeest van toenemende overheidsbemoeienis en economische paraatheid.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam. De directeur stelt voor om een financiële begunstiging voor tuinders stop te zetten. Sinds 1935 kregen tuinders kwijtschelding van hun marktgeld als ze halverwege het jaar besloten hun producten niet meer zelf op de markt te verkopen, maar via de centrale veiling.

De argumentatie is puur zakelijk en economisch:
1. Beleidsdoel bereikt: De oorspronkelijke prikkel was bedoeld om de veiling bij de start levensvatbaar te maken door voldoende aanbod te garanderen. Volgens de directeur is dat doel nu bereikt.
2. Inkomstenderving: Elke tuinder die overstapt naar de veiling met behoud van kwijtschelding kost de gemeente 100 gulden aan misgelopen inkomsten.
3. Keuzevrijheid: Er is een natuurlijk moment (1 januari) waarop tuinders hun verkoopmethode voor het komende jaar kunnen bepalen, waardoor tussentijdse kwijtschelding overbodig is.

Historische Context

De Centrale Markthallen in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) werden geopend in 1934. Het was een moderniseringsproject om de voedseldistributie in de stad te centraliseren en te reguleren. In de beginfase moest de gemeente actieve stimulansen geven om handelaren en tuinders weg te trekken van de oude, verspreide markten naar deze nieuwe locatie en de bijbehorende veiling.

De datum van de brief, oktober 1939, is historisch relevant. Nederland was op dat moment gemobiliseerd vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de buurlanden. Hoewel Nederland nog neutraal was, zorgde de oorlogsdreiging voor schaarste en een noodzaak tot strakke regie op de voedselvoorziening (vandaar de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen'). De behoefte om gemeentelijke inkomsten te optimaliseren en administratieve uitzonderingsregels te schrappen, past in de tijdsgeest van toenemende overheidsbemoeienis en economische paraatheid.

Gerelateerde Documenten 6