Concept-brief / Intern memorandum.
Origineel
Concept-brief / Intern memorandum. 3 oktober 1939. [Linksboven:]
Concept
MNo
[Doorgehaald: Intrekking Besluit]
bevrijdschelding betaling
marktgeld aan tuinders.
[Rechtsboven:]
A’dam, 3 October 1939.
[Rood potlood:] 64/51/117
W.E.M.
3/10/39 JRS [?]
[Midden:]
Krachtens Besluit van B en W. [Burgemeester en Wethouders] d.d. 15 Maart 1935 (No. 352 Afd. 1935) wordt op gronden van Gemeentebelang bevrijdschelding verleend van de betaling van marktgeld (aan tuinders) die in den loop van een kalenderjaar ophouden hun plaats op de C.M. [Centrale Markt] te bezetten, omdat zij hun producten door de op die markt gevestigde veiling gaan verkoopen.
Het is uit een oogpunt van marktbelang, naar mijn meening, wenschelijk dit Besluit niet langer toe te passen. [Doorgehaald: Gelijkertijd was het de bedoeling] bij de opening der markt, was het [doorgehaald: gewenscht] de bedoeling ervoor te zorgen, dat ook de veiling over de noodige tuinders kon beschikken. Thans bestaat [doorgehaald: geen gevaar meer] niet meer, dat niet voldoende tuinders hun producten ter veiling zouden zenden. Veeleer [doorgehaald: geldt] moet m.i. [doorgehaald: nu] gelden, dat elke tuinder, die gaat veilen der Gemeente ƒ 100,- kost (ƒ 90,- plaatsgeld en ƒ 10,- entreegeld). Vandaar dat het veilen m.i. niet langer door een bijzondere kwijtschelding van marktgeld [moet worden aangemoedigd - tekst loopt door in marge].
[In linker marge:]
I behoeft te worden aangemeld. De tuinders kunnen toch elke jaar op 1 Januari kiezen of zij willen gaan veilen of niet.
[Vervolg hoofdtekst:]
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van B en W. bovenaangehaald Besluit d.d. 15 Maart 1935 wordt ingetrokken.
[Onderaan:]
[Symbool/Paraaf] 3/10 39 mp. Dit document is een ambtelijk concept waarin wordt voorgesteld om een fiscale gunstmaatregel voor tuinders uit 1935 in te trekken. In 1935 was het beleid erop gericht om de toen nieuwe veiling op de Centrale Markt in Amsterdam te stimuleren. Om tuinders te motiveren hun producten via de veiling te verkopen in plaats van via directe marktverkoop, kregen zij een vrijstelling (kwijtschelding) van het marktgeld als ze hun vaste staanplaats opgaven.
In 1939 stelt de schrijver vast dat deze stimulans niet meer nodig is omdat de veiling inmiddels volwassen is geworden. Bovendien wordt er gewezen op de gederfde inkomsten voor de gemeente: elke tuinder die overstapt naar de veiling kost de stadskas ƒ 100,- aan misgelopen leges. De toon van het document is zakelijk en gericht op efficiëntie en gemeentelijke financiën. Het document dateert van oktober 1939, een maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa (hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was). De economische context is die van een strak geleide gemeentelijke marktorganisatie in Amsterdam. De "C.M." verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, die in 1934 waren geopend. De overgang van individuele markthandel naar gecentraliseerde veilingen was een belangrijke modernisering in de voedseldistributie. De kanttekening in de marge suggereert een verdere administratieve vereenvoudiging: aangezien tuinders jaarlijks kunnen kiezen, hoeft het systeem van kwijtscheldingen niet langer als een actieve aanmoediging (subsidie) te fungeren.