Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 224
Dossier 55
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

5 december [jaartal afgeleid uit tekst: 1939 of 1940, document noemt "kalenderjaar 1940"] Van: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Aan: Het Bestuur van de Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties, Amsterdam Dossier: 1

Origineel

5 december [jaartal afgeleid uit tekst: 1939 of 1940, document noemt "kalenderjaar 1940"] Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Het Bestuur van de Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties, Amsterdam 1                                  5 December             9
64/5/10             het Bestuur van de Gecombi-
neerde Tuinbouw-Organisaties, Amsterdam.

van 4, dan geschiedt de verdeeling in 4 gelijke groepen. Is
het aantal een veelvoud van 4 plus nog 1 tuinder, dan wordt
deze gebracht bij groep No.1; is het aantal een veelvoud van 4
plus nog 2 tuinders, dan worden deze gebracht 1 bij groep 1 en
1 bij groep 2, enz.
Voorbeeld:
16 tuinders worden verdeeld in 4 x 4
17 tuinders worden verdeeld in 1 x 5 + 3 x 4
18 tuinders worden verdeeld in 2 x 5 + 2 x 4
19 tuinders worden verdeeld in 3 x 5 + 1 x 4
20 tuinders worden verdeeld in 4 x 5
                                    4e. Met tusschentijds uitvallen (door overlijden
of om andere redenen) wordt eerst op 1 Januari rekening gehou-
den, dat wil zeggen bij tusschentijds ophouden van een natten
tuinder wordt diens nummer eerst op 1 Januari aan den op hem
volgenden tuinder gegeven; deze laatste schuift op 1 Januari
dan nog op zijn eigen nummer en niet op dat van den tusschen-
tijds uitgevallen tuinder.
                                                     i
                                    5e. De definitive verdeeling in groepen en de
definitieve opstelling op de pieren wordt opgemaakt, zoodra het
aantal natte tuinders voor het kalenderjaar 1940 bekend zal zijn.
                                    6e. Iedere tuinder heeft het recht een 2de plaats
er bij te nemen. Hij behoudt dan zijn oorspronkelijk nummer en
schuift ook op dat nummer. Of hij op het moment, dat hij een
2de plaats er bij neemt, op zijn eigen en op de naastliggende
nieuwe plaats blijft staan, of dat hij op dat moment heelemaal
achteraan op de pier moet gaan staan, beslist de Directeur van
het Marktwezen.
                                    Gaarne verneem ik ten spoedigste van U, welke
regeling door de tuindersorganisaties wordt gewenscht.

                                                                            De Directeur, Dit document betreft een administratieve regeling voor de indeling en plaatsing van tuinders op de Amsterdamse markten. De kernpunten zijn:

  1. Verdelingsmechanisme: Er wordt een strikt wiskundige methode gehanteerd om een variabel aantal tuinders over vier groepen te verdelen, waarbij eventuele restanten systematisch over de eerste groepen worden verdeeld.
  2. Mutaties bij uitval: Wanneer een tuinder gedurende het jaar stopt (door overlijden of andere redenen), wordt de vrijgekomen plek niet direct opgevuld. Pas op 1 januari van het volgende jaar vindt de hernummering plaats.
  3. Natte tuinders en pieren: De tekst refereert specifiek aan "natte tuinders" en "opstelling op de pieren", wat duidt op de verkoop van producten vanaf vaartuigen bij de marktpieren (zoals bij de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat).
  4. Recht op uitbreiding: Tuinders hebben het recht op een tweede staanplaats. Bij onduidelijkheid over de exacte positionering hiervan (naast de huidige plek of achteraan de rij) heeft de Directeur van het Marktwezen de beslissingsbevoegdheid. Het document dateert van december 1939 (gezien de voorbereiding op het kalenderjaar 1940) en weerspiegelt de strakke organisatie van de Amsterdamse markten vlak voor de Duitse inval. De "Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties" fungeerden als de overkoepelende belangenvereniging voor kwekers en tuinders die hun waar in de hoofdstad aanboden.

De term "natte tuinder" is historisch interessant; het verwijst naar tuinders die hun groenten en fruit per schuit aanvoerden en direct vanaf het water verkochten aan de kades of pieren. Dit was een essentieel onderdeel van de logistiek van de Amsterdamse voedselvoorziening, waarbij de Centrale Markt (geopend in 1934) fungeerde als het zenuwcentrum. De bemoeienis van de "Directeur van het Marktwezen" toont aan dat de gemeente Amsterdam een grote vinger in de pap had wat betreft de ordelijke inrichting en vergunningverlening op de marktterreinen. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve regeling voor de indeling en plaatsing van tuinders op de Amsterdamse markten. De kernpunten zijn:

  1. Verdelingsmechanisme: Er wordt een strikt wiskundige methode gehanteerd om een variabel aantal tuinders over vier groepen te verdelen, waarbij eventuele restanten systematisch over de eerste groepen worden verdeeld.
  2. Mutaties bij uitval: Wanneer een tuinder gedurende het jaar stopt (door overlijden of andere redenen), wordt de vrijgekomen plek niet direct opgevuld. Pas op 1 januari van het volgende jaar vindt de hernummering plaats.
  3. Natte tuinders en pieren: De tekst refereert specifiek aan "natte tuinders" en "opstelling op de pieren", wat duidt op de verkoop van producten vanaf vaartuigen bij de marktpieren (zoals bij de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat).
  4. Recht op uitbreiding: Tuinders hebben het recht op een tweede staanplaats. Bij onduidelijkheid over de exacte positionering hiervan (naast de huidige plek of achteraan de rij) heeft de Directeur van het Marktwezen de beslissingsbevoegdheid.

Historische Context

Het document dateert van december 1939 (gezien de voorbereiding op het kalenderjaar 1940) en weerspiegelt de strakke organisatie van de Amsterdamse markten vlak voor de Duitse inval. De "Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties" fungeerden als de overkoepelende belangenvereniging voor kwekers en tuinders die hun waar in de hoofdstad aanboden.

De term "natte tuinder" is historisch interessant; het verwijst naar tuinders die hun groenten en fruit per schuit aanvoerden en direct vanaf het water verkochten aan de kades of pieren. Dit was een essentieel onderdeel van de logistiek van de Amsterdamse voedselvoorziening, waarbij de Centrale Markt (geopend in 1934) fungeerde als het zenuwcentrum. De bemoeienis van de "Directeur van het Marktwezen" toont aan dat de gemeente Amsterdam een grote vinger in de pap had wat betreft de ordelijke inrichting en vergunningverlening op de marktterreinen.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6