Archiefdocument
Origineel
29 maart 1939. [Handgeschreven: Extra]
VP/G.
64/5/7 M
1 29 Maart 1939.
Verzoek van Gecombineerde
Tuinbouw Organisaties om
reductie van het door tuinders
verschuldigde marktgeld met 50%. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21
dezer om advies ontvangen stuk No. 258 L.M.1939 heb ik de eer
U te berichten, dat, ingevolge artikel 12 lid 3 van de Veror-
dening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden,
door tuinders op de Centrale Markt een plaatsgeld van f 90,-
per kalenderjaar is verschuldigd. Adressanten verzoeken
thans dit plaatsgeld tot nader order terug te brengen tot
f 45,-. Hiertoe zou wyziging der Heffingsverordening noodza-
kelyk zyn, aangezien Burgemeester en Wethouders myns inziens
niet krachtens de bedoelde Verordening bevoegd zyn om een
dergelyke vermindering van belasting aan een geheele groep
van personen te verleenen. Naar myn meening bestaat evenwel
geen aanleiding om het onderhavige verzoek in te willigen.
Den adressanten kan worden toegegeven, dat de tydsomstandig-
heden voor de tuinders zeer moeilyk zyn; doch dit geldt
evenzeer voor de op de Centrale Markt gevestigde grossiers
en voor dezen is het minimum plaatsgeld op de Centrale Markt
f 300,- per kalenderjaar. Het door de tuinders verschuldigde
bedrag van f 90,- per kalenderjaar is daartegenover zoo ge-
ring, dat myns inziens geen enkel verzoek om dit nog te ver-
lagen in overweging kan worden genomen.
Onder mededeeling, dat thans 324 tuinders op de
Centrale Markt gevestigd zyn, zoodat inwilliging van het
onderhavige verzoek der Gemeente 324 x f 45,- = f 14.580,-
per jaar zou kosten, heb ik de eer U te adviseeren, den * Kernboodschap: De opsteller van de brief adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen negatief over het verzoek van tuinbouworganisaties om de marktgelden voor tuinders te halveren.
* Juridische argumentatie: Er wordt gesteld dat het College van B&W niet de bevoegdheid heeft om een groepsgewijze belastingverlaging toe te kennen zonder de verordening zelf te wijzigen.
* Economische argumentatie: Hoewel erkend wordt dat de tuinders het financieel zwaar hebben, wordt de vergelijking getrokken met de grossiers op de Centrale Markt. Zij betalen een minimum van f 300,- per jaar, waardoor de f 90,- van de tuinders als "zeer gering" wordt beschouwd.
* Financiële impact: De voorgestelde korting zou de gemeente jaarlijks f 14.580,- aan inkomsten schelen (gebaseerd op 324 actieve tuinders).
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele ambtelijke stijl met de kenmerkende spelling (zoals "wyziging", "moeilyk" en "tydsomstandigheden"). Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de economische gevolgen van de crisis van de jaren '30 nog steeds voelbaar waren in de Nederlandse land- en tuinbouw. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De brief illustreert de voortdurende spanning tussen de steunbehoefte van agrarische producenten en de fiscale discipline van de lokale overheid in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.