Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 247
Dossier 83
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief / ambtelijke mededeling.

22 februari 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Getypte brief / ambtelijke mededeling. 22 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 1                                       22 Februari              9
64/5/3                     den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                          Levensmiddelen

Markt mag in den loop van een jaar niet gaan veilen zonder
toestemming van den dienst van het Marktwezen.

                     4e. Restitutie van plaatsgeld aan tuinders die in
den loop van een jaar gaan veilen, zal van 1 Januari 1939 af
niet meer mogelyk zyn (het desbetreffende machtigingsbesluit
van Burgemeester en Wethouders zal voor intrekking worden
voorgesteld).

                     5e. Iedere tuinder, die op eigen naam een tuin
bezit en daarvoor een erkenning heeft, moet zelfstandig een
tuindersplaats op de Centrale Markt bezetten, indien hy al-
daar zyn producten wil verkoopen. Hy mag zyn producten niet
op de plaats van een anderen tuinder verkoopen.

                     6e. Heeft een tuinder een tuin van slechts 1/3 of
1/4 ha, althans te klein voor de bezetting van een volledige
marktplaats (in het algemeen is 1 ha voldoende voor een
glastuinder; voor een koude-grond-tuinder kan 1 ha onvol-
doende zyn), dan zal in overleg met de Tuindersorganisaties
worden besproken, wat van geval tot geval voor zulk een
tuinder gewenscht is.

                                                     De Directeur, Het document bevat een overzicht van aangescherpte regels voor tuinders die hun producten aanbieden op de Centrale Markt in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Financiële beperking (Punt 4e): Per 1 januari 1939 vervalt de mogelijkheid tot teruggave (restitutie) van betaald plaatsgeld. Dit wijst op een strenger financieel beleid vanuit de gemeente.
  2. Individuele verantwoordelijkheid (Punt 5e): Tuinders worden verplicht om een eigen, zelfstandige plek op de markt te huren. Het "onderhuren" of verkopen op de plek van een andere tuinder wordt verboden. Dit diende waarschijnlijk om de controle op de handel te vergroten en de inkomsten uit staangeld te garanderen.
  3. Uitzonderingsclausule (Punt 6e): Er wordt rekening gehouden met kleine ondernemers (met minder dan 1/3 of 1/4 hectare grond) die geen volledige marktplaats kunnen vullen. Voor hen wordt maatwerk beloofd in overleg met brancheorganisaties. Er wordt een interessant onderscheid gemaakt tussen glastuinbouw en koudegrondtuinbouw wat betreft de benodigde oppervlakte voor een rendabele marktplek. Dit document stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de hoofdstad.

De tekst weerspiegelt de toenemende regulering van de marktsector in de jaren '30. De overheid probeerde meer grip te krijgen op de kwaliteit, de prijsvorming en de afdracht van gelden door middel van strikte erkenningen en standplaatsvergunningen. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van de markt voor de stedelijke voedselzekerheid in een tijd van economische instabiliteit. De spelling (zoals "mogelyk" en "verkoopen") is typerend voor het ambtelijk Nederlands van voor de spellingshervorming van Marchant/De Vries en Te Winkel.

Samenvatting

Het document bevat een overzicht van aangescherpte regels voor tuinders die hun producten aanbieden op de Centrale Markt in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Financiële beperking (Punt 4e): Per 1 januari 1939 vervalt de mogelijkheid tot teruggave (restitutie) van betaald plaatsgeld. Dit wijst op een strenger financieel beleid vanuit de gemeente.
  2. Individuele verantwoordelijkheid (Punt 5e): Tuinders worden verplicht om een eigen, zelfstandige plek op de markt te huren. Het "onderhuren" of verkopen op de plek van een andere tuinder wordt verboden. Dit diende waarschijnlijk om de controle op de handel te vergroten en de inkomsten uit staangeld te garanderen.
  3. Uitzonderingsclausule (Punt 6e): Er wordt rekening gehouden met kleine ondernemers (met minder dan 1/3 of 1/4 hectare grond) die geen volledige marktplaats kunnen vullen. Voor hen wordt maatwerk beloofd in overleg met brancheorganisaties. Er wordt een interessant onderscheid gemaakt tussen glastuinbouw en koudegrondtuinbouw wat betreft de benodigde oppervlakte voor een rendabele marktplek.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de hoofdstad.

De tekst weerspiegelt de toenemende regulering van de marktsector in de jaren '30. De overheid probeerde meer grip te krijgen op de kwaliteit, de prijsvorming en de afdracht van gelden door middel van strikte erkenningen en standplaatsvergunningen. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van de markt voor de stedelijke voedselzekerheid in een tijd van economische instabiliteit. De spelling (zoals "mogelyk" en "verkoopen") is typerend voor het ambtelijk Nederlands van voor de spellingshervorming van Marchant/De Vries en Te Winkel.

Gerelateerde Documenten 6