Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 253
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

25 Januari 1939. Van: Onbekend (vermoedelijk de directie van de Dienst van het Marktwezen).

Origineel

25 Januari 1939. Onbekend (vermoedelijk de directie van de Dienst van het Marktwezen). 64/5/1 M.

extra (handgeschreven)

vdL/G.

25 Januari 1939.

het Bestuur van de Gecombineerde
Tuinbouw-Organisaties,
Centrale Markt H 57,
Amsterdam-West.

Hiermede bevestig ik het mondelinge onderhoud met Uwe Heeren Dinkgreve en Bol op Maandag 23 Januari jl., waarbij de volgende punten zijn behandeld:

1e. Het systeem van opschuiven van natte tuinders op de pieren A, B, C en D zal gewyzigd worden. Iedere pier zal namelyk haar eigen vaste bezetting met tuinders krygen, waardoor het opschuiven van de natte tuinders als één geheel (voor alle pieren tezamen) komt te vervallen. In den vervolge zal slechts per pier opgeschoven kunnen worden.

Zoodra voor ieder der pieren A, B, C en D de bezetting met tuinders is vastgesteld, zal, behoudens goedkeuring van den dienst van het Marktwezen, iedere natte tuinder vry zyn om naar eigen keuze een nog onbezette plaats op een der pieren A, B, C en D te gaan bezetten.

2e. Een tuinder, die een verklaring heeft geteekend voor het bezetten van een tuindersplaats op de Centrale Markt mag in den loop van een jaar niet gaan veilen zonder toestemming van den dienst van het Marktwezen.

3e. Restitutie van plaatsgeld aan tuinders die in den loop van een jaar gaan veilen, zal van 1 Januari 1939 af niet meer mogelyk zyn (het desbetreffende machtigingsbesluit van Burgemeester en Wethouders zal voor intrekking worden voorgesteld.

4e. Iedere tuinder, die op eigen naam een tuin bezit en daarvoor een erkenning heeft, moet zelfstandig een Dit document is een formele bevestiging van afspraken gemaakt tijdens een overleg tussen de marktautoriteiten en vertegenwoordigers van tuinbouworganisaties. De kern van de brief betreft de herstructurering van de staanplaatsen en de regelgeving voor de zogenaamde "natte tuinders" op de Centrale Markt in Amsterdam.

De belangrijkste punten zijn:
1. Nieuw opschuifsysteem: De pieren A t/m D krijgen een vaste bezetting. Het oude systeem waarbij tuinders over de pieren heen konden opschuiven als één collectief vervalt; voortaan gebeurt dit per individuele pier.
2. Beperking op veilen: Tuinders die een vaste plek op de markt hebben, mogen gedurende het jaar niet zomaar uitwijken naar de veiling zonder expliciete toestemming.
3. Financiële sanctie: Vanaf 1 januari 1939 wordt er geen stageld ("plaatsgeld") meer terugbetaald als een tuinder besluit te gaan veilen. Dit is een verscherping van het beleid, waarvoor een besluit van B&W zal worden ingetrokken.
4. Zelfstandigheid: Er wordt een begin gemaakt met de eis dat tuinders met een eigen erkenning zelfstandig moeten opereren (hoewel de zin onderaan de pagina wordt afgebroken). De brief dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog en biedt inzicht in de strakke organisatie van de voedselvoorziening en handel in Amsterdam. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het kloppende hart van de groothandel.

Met "natte tuinders" worden de tuinders bedoeld die hun producten per schuit (over het water, dus "nat") naar de markt brachten. Dit was in de regio Amsterdam (zoals de tuinders uit de Sloterpolder of het Westland) een zeer gebruikelijke methode. Het "opschuiven" heeft betrekking op de pikorde en de toewijzing van de meest gunstige ligplaatsen aan de pieren. De brief getuigt van een toenemende bureaucratisering en regulering van de markt, waarbij de overheid (Dienst van het Marktwezen) meer grip probeerde te krijgen op de handelsstromen tussen de markt en de veilingen. Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een formele bevestiging van afspraken gemaakt tijdens een overleg tussen de marktautoriteiten en vertegenwoordigers van tuinbouworganisaties. De kern van de brief betreft de herstructurering van de staanplaatsen en de regelgeving voor de zogenaamde "natte tuinders" op de Centrale Markt in Amsterdam.

De belangrijkste punten zijn:
1. Nieuw opschuifsysteem: De pieren A t/m D krijgen een vaste bezetting. Het oude systeem waarbij tuinders over de pieren heen konden opschuiven als één collectief vervalt; voortaan gebeurt dit per individuele pier.
2. Beperking op veilen: Tuinders die een vaste plek op de markt hebben, mogen gedurende het jaar niet zomaar uitwijken naar de veiling zonder expliciete toestemming.
3. Financiële sanctie: Vanaf 1 januari 1939 wordt er geen stageld ("plaatsgeld") meer terugbetaald als een tuinder besluit te gaan veilen. Dit is een verscherping van het beleid, waarvoor een besluit van B&W zal worden ingetrokken.
4. Zelfstandigheid: Er wordt een begin gemaakt met de eis dat tuinders met een eigen erkenning zelfstandig moeten opereren (hoewel de zin onderaan de pagina wordt afgebroken).

Historische Context

De brief dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog en biedt inzicht in de strakke organisatie van de voedselvoorziening en handel in Amsterdam. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het kloppende hart van de groothandel.

Met "natte tuinders" worden de tuinders bedoeld die hun producten per schuit (over het water, dus "nat") naar de markt brachten. Dit was in de regio Amsterdam (zoals de tuinders uit de Sloterpolder of het Westland) een zeer gebruikelijke methode. Het "opschuiven" heeft betrekking op de pikorde en de toewijzing van de meest gunstige ligplaatsen aan de pieren. De brief getuigt van een toenemende bureaucratisering en regulering van de markt, waarbij de overheid (Dienst van het Marktwezen) meer grip probeerde te krijgen op de handelsstromen tussen de markt en de veilingen.

Locaties

Centrale Markt

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6