Officiële ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Officiële ambtelijke correspondentie (brief). 11 december 1939. Emanuel Boekman, Wethouder voor de Kunstzaken van de Gemeente Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen. GEMEENTE AMSTERDAM [handgeschreven rechtsboven:] Markth. (2x)
Afd. Kunstzaken
No. 20 - 1940
[handgeschreven:] 938 Gm. 1938.
AMSTERDAM, 11 December 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Bij dezen deel ik U mede, dat op de begrooting voor het jaar 1940 wederom een krediet is uitgetrokken voor het verleenen van opdrachten aan en het aankoopen van werk van beeldende kunstenaars.
Ik verzoek U mij te willen berichten, of U er prijs op stelt, dat eventueel in 1940 opdrachten als het maken van wandschilderingen, beeldhouwwerken, werkzaamheden op het gebied der sier- en nijverheidskunst e.d. ten behoeve van de onder U ressorteerende afdeelingen, diensten en bedrijven worden uitgevoerd. Mocht dit het geval zijn, dan zal ik t.z.t. doen nagaan, of het mogelijk is, zoodanige werkzaamheden op te dragen aan kunstenaars, die in 1940 voor een opdracht in aanmerking komen. Blijkt dit mogelijk, dan zal met het hoofd van de(n) (het) betrokken afdeeling, dienst of bedrijf overleg gepleegd worden over de uitvoering der opdracht.
Te Uwer informatie deel ik U nog mede, dat uit het bovenstaande krediet uitsluitend de honoraria voor opdrachten worden betaald; kosten voor materiaal, steigers e.d. zijn voor rekening van de diensten en bedrijven, die een opdracht wenschen te laten uitvoeren.
Uw antwoord op dit schrijven zie ik gaarne vóór 1 Januari a.s. tegemoet.
De Wethouder voor de Kunstzaken,
(get.) E. BOEKMAN.
Aan den Heer Wethouder voor de
[handgeschreven:] Levensmiddelen enz.
[stempel linksonder:] Nº 1/97/1 M. 1939 [handgeschreven:] 15/12
[stempel rechtsonder in kader:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen om advies.
A'dam, [handgeschreven:] 13 December 1939 Dit document is een rondschrijven van de Amsterdamse wethouder voor Kunstzaken aan collega-wethouders om projecten aan te dragen voor kunstenaars. De kern van de brief is de toewijzing van budget voor 1940 voor opdrachten in de publieke ruimte (wandschilderingen, beeldhouwwerken).
Opvallend is de strikte verdeling van de kosten: de stad betaalt vanuit het centrale kunstbudget enkel de kunstenaar (honorarium), terwijl de uitvoerende dienst (zoals de Markthallen) zelf verantwoordelijk is voor de materiële kosten. De handgeschreven aantekeningen en stempels tonen de snelle ambtelijke weg: binnen twee dagen is de brief ontvangen door de wethouder van Levensmiddelen en voor advies doorgezet naar de Directeur van het Marktwezen. De afzender, Emanuel Boekman (1889-1940), was een sleutelfiguur in de Nederlandse cultuurpolitiek. Hij was de grondlegger van de zogenaamde 'Boekman-doctrine', die stelde dat de overheid een actieve verantwoordelijkheid heeft voor het stimuleren van kunst en de toegankelijkheid daarvan voor de burger.
De datum van de brief, 11 december 1939, is historisch saillant. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de mobilisatie. Ondanks de oorlogsdreiging ging de ambtelijke molen door met plannen voor culturele verheffing. Boekman zou echter nooit getuige zijn van de uitvoering van deze plannen voor 1940; hij pleegde op 15 mei 1940, direct na de Nederlandse overgave aan nazi-Duitsland, samen met zijn vrouw zelfmoord. Dit document vormt daarmee een van de laatste sporen van zijn actieve cultuurbeleid in een vrij Amsterdam. Gemeente Amsterdam Marktwezen