Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 5 Maart 1935. Intra
64/55 M
P/G
5 Maart 1935
Kwytschelding marktgeld
aan tuinders.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A l h i e r
Ingevolge het bepaalde in art.11 lid 3 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden kunnen tuindersplaatsen op de Centrale Markt alleen per kalenderjaar worden bezet. De deswege verschuldigde belasting ad ƒ 90.- wordt door de tuinders, krachtens toestemming bedoeld in art.2 lid 4 der Verordening op de invordering van markt-, standplaats- en ventgelden, in twaalf gelyke termynen, vervallende op den eersten van elke kalendermaand, voldaan.
Thans hebben eenige tuinders, die de eerste twee termynen van 1935 hebben betaald, my verzocht, dat de bedoelde belasting hun voor de resteerende tien maanden van 1935 wordt kwytgescholden, omdat zy vanaf 1 Maart j.l. hun producten ter veiling inzenden aan de N.V. Nederlandsche Veiling en dus geen marktplaats meer bezetten.
Ik acht het gewenscht, in het belang der ontwikkeling van de Centrale Markt, om de tuinders, die willen gaan veilen, hierin niet te belemmeren.
Ik heb daarom de eer U beleefd te verzoeken, wel te willen bevorderen, dat ik door Burgemeester en Wethouders word gemachtigd, onder toepassing van art.9 * Kern van de zaak: Een aantal tuinders heeft gevraagd om kwijtschelding van hun jaarlijkse marktgelden voor de resterende 10 maanden van 1935.
* Reden: De tuinders zijn per 1 maart 1935 overgestapt op het verkopen van hun producten via de 'N.V. Nederlandsche Veiling'. Hierdoor maken zij geen gebruik meer van hun vaste standplaatsen op de Centrale Markt.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden (met name artikel 11 lid 3 en artikel 2 lid 4). De jaarlijkse belasting bedraagt 90 gulden, te betalen in maandelijkse termijnen.
* Standpunt opsteller: De opsteller adviseert positief op het verzoek. De reden hiervoor is dat men de overgang naar veilingen (modernisering van de afzet) niet wil belemmeren en dit ziet als gunstig voor de ontwikkeling van de Centrale Markt. Dit document stamt uit 1935, midden in de crisisjaren. Het illustreert een belangrijke verschuiving in de Nederlandse tuinbouw: de overgang van directe verkoop door de producent op fysieke markten naar gecentraliseerde veilingen. Voor de overheid (hier de gemeente, gezien de verwijzing naar de Wethouder en B&W) betekende dit dat regelgeving rondom marktgelden flexibel moest worden toegepast om economische innovatie en efficiëntie in de voedselvoorziening niet in de weg te staan. De brief breekt af bij de verwijzing naar artikel 9, wat waarschijnlijk het artikel is dat de bevoegdheid geeft tot afwijking of kwijtschelding van de regels in bijzondere gevallen.