Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 7 december 1939. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:]
ter. Hr. Brouw
ter. Hr. Muller
[Linksboven:]
VP/HG.
[Midden:]
Verzonden 7/12-39. [Handgeschreven]
[Rechts:]
7 December 1939.
[Links:]
64/54/2 M.
Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling Centrale
Markt.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J. Brilleslijper, Nieuwe Uilenburgerstraat 82 huis, die pakhuisafdeeling No. E 4 op de Centrale Markt heeft gehuurd voor het kalenderjaar 1939, voor den prijs van ƒ 800,- per jaar, mij schriftelijk heeft verzocht om met ingang van 1 December jl. uit de verplichtingen van het bedoelde huurcontract te worden ontslagen, omdat hij financieel niet langer in staat is zaken op de Centrale Markt te doen. Brilleslijper heeft de markt verlaten en hij heeft ondersteuning bij het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun aangevraagd. De bedoelde pakhuisafdeeling kan, met ingang van 15 December a.s. worden verhuurd aan een anderen grossier, die zich als gegadigde daarvoor heeft opgegeven.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders, gerekend te zijn ingegaan 1 December jl., tot ontbinding van het met J. Brilleslijper gesloten huurcontract betreffende pakhuisafdeeling No. E 4 op de Centrale Markt wordt besloten.
[Rechtsonder:]
De Directeur, De kern van dit document is een zakelijke afwikkeling van een huurbeëindiging wegens faillissement of zware financiële nood. De heer J. Brilleslijper, een handelaar op de Amsterdamse Centrale Markt, kan zijn jaarlijkse huur van 800 gulden voor pakhuis E 4 niet meer opbrengen.
De brief vermeldt expliciet dat hij de markt al heeft verlaten en een beroep moet doen op de sociale bijstand (het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun). De directeur van de markt verzoekt de wethouder om de ontbinding officieel te maken per 1 december 1939. Dit verzoek wordt gesteund door het feit dat er per 15 december al een nieuwe huurder (grossier) klaarstaat, waardoor de gemeente geen verdere huurinkomsten misloopt. Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in mei 1940. Hoewel Nederland nog neutraal was, was de economische situatie precair.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppende hart van de voedselvoorziening in de stad. De huurder, J. Brilleslijper, woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, destijds een straat in de Joodse buurt van Amsterdam waar veel kleine handelaren woonden. De naam "Brilleslijper" is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam. De brief schetst een tragisch beeld van een kleine zelfstandige die, vlak voor de oorlogsjaren, zijn nering moet opgeven en afhankelijk wordt van de steun. De zakelijke, bijna kille toon van de administratieve afhandeling contrasteert scherp met de persoonlijke malaise die achter de tekst schuilgaat.