Brief (derde vervolgblad).
Origineel
Brief (derde vervolgblad). [Marge linksboven, hand B:]
Dus Uw 2 kachels hielpen ook al niet!
[Hoofdtekst:]
Derde vervolgblad
van voldoende capaciteit, welke dag en nacht in functie werden gehouden, bij wijze van voorzorg, werd voorzien.
Uw meening – neergelegd in Uw schrijven – “dat de aardappelen beter niet onmiddellijk tegen den muur opgestapeld hadden kunnen worden”, kan ik daarom niet deelen, omrede ik voor de volle verschuldigde huur – welke intusschen jaarlijks niet gering is te noemen – mocht verwachten ook de volle beschikking over de geheele beschikbare pakhuisruimte mij ten nutte te kunnen maken en voorts zou in dusdanig geval als door U aangehaald, één alsdan te mijner beschikking staande gereduceerde pakhuisruimte, Uwerzijds niet worden gecompenseerd door één daaraan evenredige gereduceerde huurprijs, waarop ik trouwens ook geen aanspraak zou willen laten gelden.
[Marge midden-links, hand B:]
Dien, waarom stookte U dan kachels?
[Hoofdtekst vervolg:]
Ook de door U in Uw schrijven geadviseerde plaatsing van een laag stroo tusschen muur en aardappelen, mocht door mij overbodig geacht worden, in het vertrouwen, dat betrokken muur inderdaad zou beantwoorden aan daaraan bij bespreking-bouw gestelde voorwaarde!
[Marge linksonder, hand B:]
Waarom stookte U dan kachels?
[Hoofdtekst vervolg:]
Op grond van vorenstaande uitvoerige uiteenzetting mijner zienswijze ten deze, moge ik U hebben kunnen overtuigen van de juistheid daarvan en moge het U behagen mij alsnog gevraagde tegemoetkoming te willen toekennen, onverminderd nog mijn verzoek tevens ten spoedigste vanwege Uwen dienst of die van P.T.T. in onderhavige tekortkoming moge worden voorzien!
Gaarne in afwachting van Uw gunstige beschikking,
Hoogachtend,
[Handtekening, mogelijk L. P. J. Post]
Da Costakade 43 III * Inhoud: De brief is een formeel verweer in een geschil over schade aan opgeslagen aardappelen. De verhuurder (of een controlerende instantie) heeft gesteld dat de huurder de aardappelen niet tegen de muur had moeten stapelen of stro had moeten gebruiken als isolatie. De schrijver wijst dit af: hij betaalt de volle huur en mag dus de volle ruimte benutten. Hij beroept zich op de bouwtechnische verwachtingen van de muur.
* Toon: De schrijver hanteert een formele, licht defensieve toon ("kan ik daarom niet deelen", "mocht door mij overbodig geacht worden").
* Marginalia: De aantekeningen in de marge zijn cynisch van aard. De lezer (de tegenpartij) merkt op dat als de muur inderdaad zo deugdelijk was als de schrijver beweert, het stoken van twee kachels "dag en nacht" (zoals de schrijver bovenaan stelt) niet nodig zou zijn geweest. Dit suggereert dat de schrijver wist dat er een risico was (bijv. vorst of vocht).
* Instelling: De vermelding van de P.T.T. suggereert dat het geschil mogelijk een overheidsdienst of een groot semi-publiek bedrijf betreft dat de pakhuisruimte beheert of de schade moet beoordelen. Dit document is representatief voor zakelijke correspondentie uit een tijd waarin aardappelopslag in pakhuizen (vaak langs de Amsterdamse grachten of kades zoals de Da Costakade) cruciaal was voor de voedselvoorziening. Geschillen over vocht- of vorstschade kwamen veelvuldig voor. De Da Costakade 43-III betreft een woonhuis/bovenwoning, wat aangeeft dat de schrijver een kleine zelfstandige of particulier was die extern pakhuisruimte huurde. De spanning tussen de formele briefschrijver en de sceptische ambtenaar/beheerder is door de kanttekeningen duidelijk voelbaar. J. Post