Handgeschreven zakelijke brief / ambtelijke mededeling.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief / ambtelijke mededeling. 23 februari 1939. A’dam, 23 Feb. 1939
Den Heer Directeur van den Centralen Dienst
voor de Levensmiddelenvoorziening
K-Rojersberghstr 2.
A’dam
[In marge/rood:] 65/3/2 [In marge/inkt:] 24/2 '39
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat
F. van den Berg, Yweg 96 Halfweg op de Centrale
Markt heeft gehuurd pakhuiafdeeling no. P8
voor de periode van 1 November 1938 tot en met
31 October 1939 voor den huurprijs van f 800,- ’s jaars
bij vooruitbetaling te voldoen in 12 maandelijksche
termijnen ad f 66,67. Van den Berg heeft alleen
den op 1 November jl. vervallen termijn betaald;
~~ulto [...] hij is van de markt verdwenen.~~
Hij is thans schuldig de op 1 Decber,
1 Januari + 1 Februari jl. vervallen termijnen
tot een totaal bedrag van f 200,-, welk
bedrag uiteraard op 1 Maart a.s. weer met
f 66,67 zal worden verhoogd.
Ik verzoek U beleefd ~~[...]~~ deze
vordering in compensatie te willen brengen. De kern van deze brief is een verzoek tot schuldverrekening (compensatie). De huurder, de heer F. van den Berg uit Halfweg, heeft een pakhuis (sectie P8) gehuurd op de Centrale Markt in Amsterdam, maar is zijn betalingsverplichtingen niet nagekomen.
Van de overeengekomen huur van 800 gulden per jaar (ruim 66 gulden per maand) is enkel de eerste termijn van november 1938 voldaan. Ten tijde van schrijven is er een achterstand van drie maanden, totaal 200 gulden. De doorgehaalde tekst "hij is van de markt verdwenen" suggereert dat de huurder zijn handel op de markt plotseling heeft gestaakt of niet meer vindbaar is. Door de vordering "in compensatie" te brengen, probeert de instantie het verlies te dekken door dit bedrag af te trekken van eventuele tegoeden die de huurder nog bij de gemeente of de dienst had openstaan. Dit document biedt een blik op de ambtelijke molens van Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening was een belangrijke gemeentelijke instantie die toezicht hield op de voedselstromen in de stad. De Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de Amsterdamse voedselhandel.
In de jaren '30 was de economische situatie voor veel kleine handelaren precair. Het feit dat een huurder van een pakhuis zijn huur niet meer kon opbrengen en mogelijk "verdween", was in die crisistijd geen uitzonderlijk verschijnsel. De precieze administratieve afhandeling, inclusief de rode archiefnummers, toont de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee dergelijke incidenten werden vastgelegd.