Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven rode tekst, doorgehaald]: ~~Het opruimen~~
65/5/1 M
9 Maart 1939
Regeling aardappelverkoop
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Krachtens het bepaalde sub XII in het Raadsbesluit d.d. 16 Mei 1934 (No.405) dienen de pakhuisruimten in het Oostelyke havencomplex en in de hal op de Centrale Markt tot opslag en berging van goederen, welke op die markt verhandeld mogen worden, met uitzondering van aardappelen; de pakhuisruimten in het Westelyke havencomplex dienen "voor den uitsluitenden opslag en berging van aardappelen".
Van dit voorschrift is afgeweken, vanaf het oogenblik, dat het in werking trad (15 October 1934, by de opening der Centrale Markt). Artikel 19 lid 2 van het Reglement op de Centrale Markt bepaalde namelyk, dat verpakte, zoogenaamde vroege aardappelen, verpakte malta-aardappelen en daarmede gelyk te stellen soorten, als monster van hoogstens 5 colli mochten worden uitgestald op de plaatsen en in de pakhuizen in het Oostelyke havencomplex en in de hal. Omgekeerd handelden verscheidene aardappelgrossiers ook in stapelgroenten, zooals uien, rapen en wortelen; deze groenten werden door de bedoelde grossiers meermalen in door hen gehuurde pakhuisafdeelingen in het Westelyke havencomplex opgeslagen.
Het bovenvermelde voorschrift van artikel 19 lid 2 van het Reglement gaf reeds het eerste seizoen, dat de vroege aardappelen op de Centrale Markt werden verhandeld (voorjaar 1935) tot groote moeilykheden aanleiding, omdat de groente-handelaren, die voorheen steeds vry waren geweest om Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. Het behandelt de frictie tussen de vigerende regelgeving en de praktijk op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat).
Kernpunten:
* Ruimtelijke scheiding: Volgens een raadsbesluit uit 1934 moest er een strikte scheiding zijn tussen het Oostelijke havencomplex (algemene goederen, géén aardappelen) en het Westelijke havencomplex (uitsluitend aardappelen).
* Praktijk versus regels: De brief constateert dat er sinds de opening in 1934 structureel van deze regels wordt afgeweken. Zo worden er "vroege aardappelen" (zoals Malta-aardappelen) als monster getoond in het "verboden" oostelijke deel, terwijl aardappelgrossiers hun bijproducten (uien, wortelen) juist in het westelijke deel opslaan.
* Problematiek: De strikte regels zorgden voor "groote moeilykheden" bij de groentehandelaren, omdat de logistiek van de handel zich niet hield aan de theoretische indeling van de marktgebouwen. De Centrale Markthallen werden in 1934 geopend om de verspreide handel in Amsterdam te centraliseren en te moderniseren. Dit document, daterend uit maart 1939 (vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog), illustreert de "kinderziektes" van dit grootschalige project. Het toont aan hoe de gemeente probeerde de dynamische handel in voedsel te vangen in strakke bureaucratische kaders, en hoe de marktkooplieden daar in de praktijk hun eigen weg in vonden. De wethouder voor Levensmiddelen was in die tijd een cruciale figuur voor de voedselvoorziening van de stad.